Multiculti

 

'Identity politics zijn een zero sum-game.´

Sietske Bergsma

 

'If you can't make it here, you can't make it anywhere.'

(vrij naar New York, New York)

 

 

Multicultureel is multi-etnisch 

 

Alsof het om een blije boodschap ging verkondigde in 1979 de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid: 'Nederland is een multiculturele samenleving'. Dit moet een vroeg voorbeeld van framing zijn geweest, aangezien de Amerikaanse socioloog Erving Goffman die manipulatietechniek net had onthuld. Maar wat hadden de leden van die Raad ermee voor? Wilden zij Nederland beter, boeiender, rijker, gezelliger maken? Wilden zij nieuwkomers een warm welkom bieden? Idealisme zal bij hen zeker hebben voorgezeten. Eerder immers hadden Engeland en Zweden de multiculturele samenleving uitgeroepen; voor Engeland is dat begrijpelijk met het oog op de Gemenebest, maar in Zweden woonden toen alleen nog diplomaten uit het buitenland.

Dit idealisme had in de praktijk grote gevolgen. Gefaciliteerd door een rivier aan subsidies mochten immigranten voortaan hun eigenheid bewaren in plaats van zichzelf aan hun nieuwe omgeving aan te passen. In wezen moest die omgeving zich dus aan hen aanpassen. Ineke Strouken, lange tijd directeur van het Instituut voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, leverde hiervoor een psychologische rechtvaardiging. Sprekend namens de regering, want daaraan is haar instituut onderhorig, beweerde zij dat tradities mensen een identiteit verschaffen, die kan helpen bij hun integratie. Hierbij dringt zich onmiddellijk de vraag op: integratie in wat? Ooit sprak Strouken de hoop uit dat Nederland op den duur een joods-christelijke-islamitische cultuur zal krijgen. Is dat nog een blije boodschap?

Er bestaan verschillende visies op onze samenleving. Onze elites hameren erop dat wij Europeanen zijn en dat Brussel onze hoofdstad is. Zelf heb ik de Europese Unie altijd gezien als een Super België, een België tot de zoveelste macht, dus in wezen een kunstmatig en krakkemikkig geheel. Politici en diplomaten smullen van zo'n instituut, maar gewone burgers zien slechts hun calculerend belang. Het is niet eens zo erg dat Bulgaren en Kroaten en ooit misschien zelfs Turken tot de Unie behoren, het erge is dat de Britten eruit stappen, met wie ik mij al sterker verwant voel dan met Duitsers en Fransen. Ideologisch biedt de Unie sindsdien weinig meer dan tweederangs poeha.  

Daarom zou ik zeggen: onze samenleving is westers. Ik voel me ook echt een westerling, een trans-atlanticus. Weliswaar komt onze samenleving voort uit wat tegenwoordig heet: joods-christelijk Europa, maar zij is mondiaal verspreid geraakt en inmiddels verregaand gemoderniseerd en geseculariseerd. Strouken negeert die twee laatste aspecten; ze keert terug naar iets dat niet meer bestaat en voegt daar nog een extra religie aan toe, terwijl nota bene secularisering de overheersende trend is. Voor wie meent dat folklore alleen het verleden betreft, kennelijk kan er ook een toekomstdroom van gebrouwen worden.

 

avater

 

Iconische voorstellingen van de multiculturele samenleving zijn altijd folkloristisch en vrolijk. Avater van Amber, www.50plusser.nl

 

De multiculturele samenleving is sinds de proclamatie in 1979 al herhaaldelijk doodverklaard maar leeft als ideaal nog steeds, helaas. Laat ik er als onafhankelijk antropoloog het volgende over zeggen.

Oud-premier Wim Kok heeft het onzalige begrip patriotisme van stal gehaald om de liefde voor het vaderland aan te duiden. Ik ben geen patriot, ook geen nationalist maar wel een chauvinist. Zonder me in oranje te hullen, geldt voor mij: Hup, Holland, hup (laat de leeuw niet in z'n hempie staan). Mijn chauvinisme geldt onze industriële geschiedenis, onze schilderkunst en architectuur, de huidige staat van het land en, vrij kinderlijk: prestaties van om het even welke landgenoot. Tradities vallen buiten dit bereik; ik heb me daar ook nooit in verdiept omwille van hun behoud. Tradities worden dikwijls verzonnen of opnieuw uitgevonden en veranderen op onderdelen voortdurend, waarmee ze u net dat aspect verliezen dat tot hun benaming leidt. En als ze inderdaad eeuwenoud zijn dan bieden ze veelal een vrijbrief voor atavistische denkbeelden. Dat vrouwen het zwakke geslacht vormen, dat bij jongens (of zelfs bij meisjes) besnijdenis geboden is, dat je dieren ritueel moet slachten - het zijn inzichten die in godsdienstige kringen voortwoekeren, hoewel de onzinnigheid ervan allang is aangetoond. Voor hindoes die geen runderen eten omdat die 'heilig' zijn, kan ik nog wel waardering opbrengen, maar joden en moslims die varkens onrein achten, vind ik, ja, ongeloofwaardig.

In weerwil van wat mensen denken zijn tradities ook allerminst onontkoombaar. In tijden van nood maalt niemand erom en nieuwe inzichten kunnen tot wezenlijke wijzigingen voeren. Neem de oorspronkelijke joodse besnijdenistechniek metzitzah b'peh, waarbij de mohel het opwellende bloed met zijn eigen lippen wegzoog. Zonder bemoeienis van derden is die techniek eind negentiende eeuw verlaten, toen de ziektekiemtheorie van Louis Pasteur en de antisepsis van Lord Lister bekend raakten. Dit neemt niet weg dat er ook in het huidige aidstijdperk nog mohels bestaan die de blood sucking circumcision toepassen; men raadplege hiervoor internet.

Het begrip multiculturele samenleving roept bij mij evenmin romantische gevoelens op. Met veel goede wil zou je de internationale keuken en mode multicultureel kunnen noemen, maar daarin houden westerlingen het heft in handen. Op andere terreinen suggereert het begrip een eenheid in verscheidenheid die er juist niet is. Zelf zou ik daarom de term 'multi-etnisch' prefereren. Maar ik vermoed dat de Wetenschappelijke Raad vreesde dat die term op een veto van de politiek zou stuiten, want een land op verdeeldheid organiseren is natuurlijk geen gelukkige greep.

 

klederdracht1

Borduurmodel met verdwijnende klederdrachten in enkele plattelandsgemeenten. Voor levende klederdracht moet men tegenwoordig in de Nederlandse steden zijn. www.olm.nl

 

Bovendien biedt 'multicutureel' meer gelegenheid tot verdoezeling en geestelijke massage. Zo bestond er enige tijd een Instituut voor Multiculturele Vraagstukken, genaamd Forum - ik ben er zelf ooit geweest en werd toen als een indringer weggekeken, wat me trouwens ook overkwam op de voorganger van het Ninsee, het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en -Erfenis. Forum moest zich bezighouden met integratieproblemen van minderheden, waardoor je je als buitenstaander afvroeg waarom dat niet gewoon in de naam werd vermeld. De medewerkers konden op die manier echter een eigen agenda volgen en die problemen voorstellen als louter veroorzaakt door Wit Nederland. Het is heel goed dat in 2015 de gulle overheidssteun staakte.

Los van de woordkeus, je hoeft geen historicus te zijn om te weten dat multi-etnische samenlevingen met hevige geweldsexplosies te maken kunnen krijgen, soms na eeuwen van ogenschijnlijke rust en onderlinge verdraagzaamheid. Multi-etniciteit is daarom op zichzelf niet iets om na te streven. Het is al heel wat als niemand er last van heeft. Saaiheid is zelfs het maximaal haalbare, en veel meer zal het nooit worden. 

Onze versie van zo'n samenleving ervaar ik intussen zeker niet als idyllisch. Steden als Amsterdam en Rotterdam, die zichzelf prijzen om het aantal nationaliteiten dat zij herbergen, zijn een toevluchtsoord geworden voor provincialen uit de hele wereld, getuige de talloze immigranten in klederdracht. Let wel, juist Nederlandse stadsbewoners keken altijd enorm neer op landgenoten uit de provincie, omdat die benepen en ongevormd waren, maar zij bezitten nu directe buren die dat veel erger zijn.

forum.jpg

Wijlen Instituut voor Multiculturele Vraagstukken, www.forum.nl

 

De agitatie die sinds enige decennia in het land heerst, is er eveneens een uitvloeisel van. Zou de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zich ooit mede-verantwoordelijk voelen voor het middelpuntvliedende populisme ter rechter- en linkerzijde van onze tijd? Of voor de politieke moorden op Pim Fortuin en Theo van Gogh, nadat we driehonderd jaar van zulke drama's verschoond waren gebleven? Absoluut nieuw ook zijn de bedreigingen jegens artsen, ambulancepersoneel en brandweerlieden, die bij de daders op de afwezigheid van de meest elementaire burgerzin wijzen. En dan zijn er de talloze etnische fricties in de dagelijkse sfeer, van pesterijen tot afwijzingen, die veel stil verdriet veroorzaken. Een reële terugval in beschaving is mijns inziens dat openlijk beleden antisemitisme, homohaat en mysogenie weer gangbaar zijn geworden - nota bene een inbreng van moslims die omgekeerd van anderen verdraagzaamheid eisen. 

Anno 2014 blijkt Nederland zelfs honderden jihadisten aan IS te hebben geleverd. Voor wie er omheen wil draaien: jihadisten mogen opereren als lone wolfs maar zijn in wezen ketelmuzikanten, padjongens, die in de ogen van een substantiële achterban een heldenrol willen vervullen. Het is een grof schandaal dat onze islamitische gemeenschap zulke krankzinnige beulen heeft voortgebracht.   

 

Protestanten v.v. katholieken

 

Eerlijk gezegd heb ik nooit begrepen waarom het multiculturalisme überhaupt propagandisten kende. Uit eigen ervaring weet ik dat wanneer het in een pluriforme samenleving goed gaat, het altijd beperkt goed gaat.

Het toeval wil dat ik 's zomers regelmatig op een terras het Amsterdamse Mercatorplein kom, onder de slanke bakstenen torens van Berlage. Ogenschijnlijk hangt daar een blije en internationale atmosfeer. Aan de tafeltjes genieten mensen uit de hele wereld van, jawel, gerechten uit de hele wereld. Als kosmopoliet kun je het nauwelijks beter treffen, maar als je goed oplet zie je op het terras geen enkele moslim. Op het plein vertoeven wel veel moslims, de meesten in amodieuze klederdracht. Het rare is: zelfs hun kinderen, die zich vlakbij ons vermaken met waterstraaltjes die uit het plavuisel oprijzen, keuren ons geen blik waardig, alsof zij samen met hun ouders in een andere film meespelen. Ik weet dat ik deze moslims geen allochtonen zou moeten noemen, maar het zijn niet eens buitenlanders, zoals zij in een eerder stadium heetten; het zijn vreemdelingen. 

Uit mijn jeugd ken ik zo'n zelfde gespleten toestand, waar even weinig over werd gesproken als tegenwoordig gebeurt, hoewel de les die eruit getroken kon worden ook nu nog geldt.

 

waagvanhetwaregeloof

Waag van het ware geloof, Anoniem schilderij, 17de eeuw. Rechts protestanten die een bijbel in de waagschaal hebben gelegd, links katholieken die kennelijk niet meer te bieden hebben dan aardse rijkdommen. Het eeuwenlange Nederlandse schisma in een notendop. www.catharijneconvent.nl 

 

Oorspronkelijk behoorde ik tot de roomsen, de papen, zoals mensen in het Westen zeggen - 'kattelieken' volgens Zeeuwen en Friezen, en 'tofelemonen' volgens Amsterdammers. Met ruim veertig procent van de bevolking vormden wij in feite de grootste groepering van het land en toch stonden wij als minderheid te boek, want de God van Nederland werd geacht Calvijn te volgen. Dit idee leefde zo sterk dat zelfs in mijn geboortestad Helmond de paar protestanten die er waren de boventoon voerden. Nee, ik overdrijf geenszins. De journalist Harm Botje (1944) groeide op in Eindhoven, waar zijn familie drie generaties eerder naartoe was verhuisd, en toch vond hij zichzelf bij de protestantse 'immigranten' horen, voor wie de stad een 'kolonie' was waar zij het voor het zeggen hadden. Als katholieken onder elkaar voelden wij ons werkelijk een minder soort Nederland. Hoewel ik al vijftig jaar elders woon ben ik nog steeds verrast wanneer kranten uit de Randstad melding maken van een brand of een verkeersongeluk in het Donkere Zuiden: O, is dat nieuws voor jullie! Ook beluister ik tot vandaag de gretigheid waarmee noorderlingen het over Brabanders hebben, alsof dat ander volk is.

Ik moet hierbij onmiddellijk aantekenen dat ik vanwege mijn achtergrond nooit echt ben gediscrimineerd. Daar was natuurlijk ook geen enkele reden toe, immers, katholieken gedroegen zich over het algemeen braaf en hebben met hun industrieën een beslissende rol vervuld in de totstandkoming van de nationale welvaart. Mede dankzij roomse politici, behept met de solidariteitsgedachte uit Rerum Novarum, is die welvaart ook aardig verdeeld geraakt. Erkenning voor deze bijdragen hebben katholieken echter nooit gekregen; integendeel. In de negentiende eeuw betitelde de antirevolutionaire voorman Groen van Prinsterer ons als 'bijwoners' van Nederland, in plaats van inwoners, en tot in de jaren dertig van de vorige eeuw sprak men openlijk over het 'Roomsche gevaar'.

Want het is natuurlijk wel zo: verbaal antipapisme was in mijn jeugd nog wijdverbreid. Mij raakte dat nooit echt, omdat daarbij steeds, zoals het woord zegt, naar de paus werd verwezen en niet naar Zuster Immaculata van Gerard Reve of Pater Frans uit Homs, voor wie protestanten evenmin equivalenten hebben. Ronduit lachwekkend vond ik de strijdkreet van de Geuzen: Liever Turks dan paaps. Nou, veel plezier ermee! En waren wij 'van het houtje'? Onze kruisen droegen een christusbeeld, protestanten lieten dat beeld weg: zij waren dus meer 'van 't houtje'.

 

evaslang

Hedendaagse voorstelling van de slang die tot Eva spreekt op www.refbapheuvelrug.nl. In 1926 was de interpretatie van deze paradijselijke scène aanleiding tot een schisma binnen de Gereformeerde Kerk.

 

Toch wil ik niet ontkennen dat ook ik onder de indruk raakte van de negativiteit richting katholieken. Lang veronderstelde ik dat alleen wij het patent hadden op irrationalisme. Een illustratie uit het ongerijmde: Evelyn Waugh noemt in Brideshead revisited ene St. Nicodemus van Thyatira, die bij zijn marteling een geitenvel op zijn kale kop gespijkerd kreeg en aldus patroonheilige van de kaalhoofdigen was geworden. Ik ben een tijdlang op zoek geweest naar nadere gegevens omtrent deze heilige... 

Inmiddels weet ik dat protestanten op dit gebied eveneens hun mannetjes staan. Ik ben zo vrij het leerstuk van het voorgeborchte weg te strepen tegen de predestinatieleer van Luther en Calvijn. De beuzelarijen van gereformeerden onderling kennen zelfs hun weerga niet: in 1926 kwam het bij hen tot een schisma over de vraag of de slang in het paradijs daadwerkelijk had gesproken, waarbij degenen die daaraan durfden te twijfelen uit het kerkgenootschap werden verbannen. En voor wie soms anders denkt: net als katholieken bezaten zij eigen geitenfokverenigingen - naar verluidt heette die van Twello niet minder dan Tot 's Heeren Glorie. Pas gaandeweg zou ik beseffen dat er achter alle verwijten richting katholieken een intern-Nederlands spelletje stak. Dezelfde landgenoten die Brabanders en Limburgers als stompzinnig, slaafs en bijgelovig afdeden, kwaakten enthousiast over hun gesprekken met een onnozel pastoortje in de Franse Morvan waar zij jaarlijks vakantie vierden. En hoe fascinerend was niet de Zwarte Madonna van Moulins!

 

zalig

In een enquête uit 2006 van de RKK kwam het woord 'zalig' als het meest katholieke woord van de Nederlandse taal uit de bus. Dat klopt ook, want voor katholieken is zaligheid tijdens het leven bereikbaar; niet voor protestanten die aan de erfzonde vastzitten. Alsof Nederlandse katholieken hun dit verschil willen inpeperen, gebruiken ze het woord zalig ook vaak, wat hun geloofsgenoten elders nalaten. Ansichtkaart, ca 1950. www.catawiki.nl

 

Ondanks dit geestelijk verweer heb ik me in Nederland altijd gevoeld als een overbodige gast op een feestje voor intimi. Optimisten kan ik daarom melden wat tolerantie maximaal inhoudt: dat je als lid van een minderheid hooguit een edelfigurant kunt worden.

Ter geruststelling: er zit hierin een wederkerig aspect. Van mijn kant heb ik protestanten ook altijd als anders ervaren. Van Nederlandse katholieken heeft Rogier opgemerkt dat zij bloot stonden aan een pénétration calviniste, wat zou verklaren dat zij in godsdienstige zaken zo serieus zijn. Akkoord, maar hun geloof bepaalt nog steeds dat zij via de doop van de erfzonde worden verlost en via de biecht van eventuele doodzonden. Dankzij deze 'heiligmakende genade' kunnen zij op aarde een toestand van zaligheid bereiken, wat calvinisten nimmer is vergund. Dat zij daarnaast heiligen kennen die wonderen verrichten en rituelen die vergetelheid brengen, maakt hun levensinstelling heel wat minder noodlottig. 

 

geitenfokver

Toppunt van verzuiling: RK Geitenfokvereniging van Veghel, 1919. Geitenfokverenigingen, die voor gezamenlijke rekening een bok hielden, waren er ook bij protestanten. Hun vereniging in Twello heette Tot 's Heeren Glorie. www.bhic.nl

 

Mij valt nog iets anders op. Ik vind Nederlandse katholieken - uitgezonderd Limburgers, die onverwacht nukkig kunnen reageren, alsof ze ineens beseffen dat ze toch liever Belgen waren geweest - veel vriendelijker dan andere Nederlanders; zelfs dan hun geloofsgenoten elders, die kennelijk zo'n zelfde aandrang niet voelen. Wie dit niet gelooft moet maar eens een parochiale fancy fair bezoeken - alsof je in een crêche voor volwassenen terechtkomt. Zien we hierin de resultante van geïnternaliseerde dienstbaarheid of van de typische pastoorspedagogiek, zo fraai beschreven door Godfried Bomans in De man met de witte das, waarbij de parochianen aanhoudend met positiviteit werden bestookt om controverses in de kiem te smoren? In ieder geval waren de begeleidende gezelligheidsdwang en de opgelegde bescheidenheidscultus niet altijd een pretje.

Misschien worden Nederlandse katholieken wel meer door schaamte dan door schuld aangestuurd; de culturele scheidslijn die Ruth Benedict in Europa ontwaarde maar iets beneden Parijs situeerde. Van Zuid-Europeanen, maar evengoed van Japanners en Surinamers heet het dat zij geen nee kunnen zeggen, omdat zij anderen niet graag voor het hoofd stoten. Zo sterk is dat bij Nederlandse katholieken niet, maar wat ik noem het uitgestelde nee, het nee dat zichzelf openbaart en daarom niet meer uitgesproken hoeft te worden, ben ik bij hen wel vaak tegengekomen. Protestanten vinden katholieken hierom onbetrouwbaar, maar omgekeerd vinden katholieken dat van protestanten als zij botweg iets afwijzen. Protestanten lijken zich ook minder te schamen tegenover de buitenwacht; een permanente kwelling voor menig katholiek, waarvoor zij een aparte term hebben: menselijk opzicht.

 

toon

Het raadsel protestantse humor... Domineesdochter Annie M.G. Schmidt schreef: 'Lachen mag van God' en dat duidt al op een moeizame relatie. Protestantse komieken à la Paul de Leeuw en Freek de Jonge spotten, shockeren en moraliseren, onder het motto Kijk mij (ik ben me er eentje). Volgens de katholieke komiek Herman Finkers is katholieke humor meer 'een middel tot intimiteit in plaats van afstand'. Zie https://www.youtube.com/watch?v=vr9vmH0UGqw

 

Tegelijkertijd voelen protestanten zich snel schuldig zodra ze iets aan andermans leed kunnen doen; de Vluchtelingencrisis van 2015 heeft dat weer duidelijk laten zien. Blijkbaar geldt Calvijn's cynische motto 'De mens is onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad' alleen voor henzelf. Mijn eigen ervaring is juist dat je extra op je tellen moet passen wanneer anderen jou expliciet om hulp vragen, want voordat je het weet misbruiken ze je. Anderzijds hebben protestanten naar mijn indruk weer geen aanleg voor de kleine, dagelijkse reciprociteit, alsof zij zich uitsluitend aan God hoeven te verantwoorden en niet aan naasten. Reciprociteit heet bij hen algauw corruptie, wat wel een paar stappen verder is.

Je zou verwachten dat de ontkerkelijking al deze verschillen heeft weggewassen, maar dat is niet zo, want tegenwoordig waan ik me een ex-katholiek te midden van ex-protestanten. Alhoewel: ex-katholiek? Lange tijd heb ik dat gedacht en nagestreefd, maar inmiddels voel ik mij een cultuurkatholiek, een neo-tofelemoon, zou Karel van het Reve zeggen. Wel verkies ik de ingetogen, ietwat rebelse kloosterlijke traditie binnen de Kerk boven de uitbundige en conformistische seculiere traditie. Ik vermoed echter dat ik die sympathie indirect dank aan protestanten, want die ervaar ik gek genoeg als protestantser dan in mijn jeugd. Het lijkt wel alsof hun gebrek aan stijl is verergerd sinds zij het zonder de wekelijkse donderpreek van de dominee moeten stellen. Hiervoor hoef ik slechts naar de dagelijkse rodeo van ordinairheid op de Nederlandse televisie te kijken, die telkens, als bij toverslag, onderbroken kan worden door blij-blij gedoe rond het Huis van Oranje; mij even vreemd.

Ik wil maar zeggen, een multiculturele samenleving is een wensdroom, een fictie, want overal heerst een Leitkultur.

 

Polarisatie


Anderzijds is het een onloochenbaar feit dat Nederland sinds 1970 enkele grote minderheden erbij heeft gekregen en aanmerkelijk diverser is geworden. De vraag is: hoe dien je dit te labelen? Nederland, Wereldland, zoals de titel van het eerste overzicht van rituelen bij minderheden luidde, vind ik als leidraad wel positief. Hieruit spreekt een weldadig kosmopolitisme, dat ruimte biedt aan folklore van minderheden in het publieke domein, zij het wel vanuit het besef dat de meerderheid anderdenkend is; dus bescheiden en niet aanmatigend. New York lijkt me een van de zeldzame plekken op aarde waar een dergelijk kosmopolitisme heerst, al is dat onder westerse vlag. Het werkbare eraan is dat de oorspronkelijke bewoners nimmer te horen krijgen dat zij voor nieuwkomers moeten indikken - want waarom zouden ze, zonder tegenprestaties te ontvangen? Omgekeerd wordt die nieuwkomers te verstaan gegeven dat zij in een modern land wonen en niet moeten proberen dat naar hun hand te zetten.

 

angisa

Surinaamse angisa-hoofddoeken, uniek omdat de draagster er een boodschap mee kan geven. www.spongdesign.com

 

Die claim van een modern land had ikzelf nooit opgegeven, want juist op dit punt gaat het vaak mis. Immigranten uit peasant-societies, in ons geval zijn dat vooral moslims, begrijpen heel goed dat in het Westen het individu zwaarder weegt dan de gemeenschap. Velen zijn vanwege dit facet onze kant op gekomen, al is het voor hen onmogelijk om direct aan te haken bij de gangbare levensstijl. Integendeel, eenmaal hier schrikken zij juist van de consequenties daarvan voor hun eigen familie en vallen zij makkelijk terug op mores die soms in hun moederland al voor ouderwets worden versleten. Welnu, in de huidige situatie is het zo dat sympathisanten van de multiculturele maatschappij hen wijs maken dat zij best in hun oude geplogenheden mogen volharden. Maar psychologisch werkt dit al verkeerd. Het verhaal van de meeste immigranten was: arme donder arriveert bij de potten met honing, belichaamd door goede wegen en ziekenhuizen, een eigen bankrekening en thuis een badkamer met wc. In plaats daarvan is hij nu vooral een vertegenwoordiger van de islam of van zwart Afrika, en omdat andere Nederlanders helemaal niet op zo iemand zitten te wachten voelt hij zich onmiddellijk tekortgedaan.  

Je herkent die frustratie in de populariteit van klederdrachten. De angisa-hoofdtooi en de weelderige koto-rokken waren onder creoolse vrouwen in Suriname vrijwel uitgestorven, maar zijn vandaag in Amsterdam volop te bewonderen. Hetzelfde geldt voor de korte panji-rok van de Marrons. In de Randstad lopen meer Marokkaanse mannen in een djellaba en met een Hadji-muts rond dan in moderne Marokkaanse steden, hetzelfde geldt voor de kaftan uit het Midden-Oosten.

Vanzelfsprekend blijft het niet bij deze uitwendige folklorisering. De gekleurde operazangeres Tania Kross, geboren op Curaçao, heeft inmiddels op alle belangrijke podia ter wereld gestaan. Ze is, zou ik zeggen, eerder mediterraan dan Afrikaans van uiterlijk; niet vreemd, aangezien zij afstamt van een Duitse naamgever, die, een beetje pijnlijk,  slavenhouder was. Ze is bovendien gehuwd met een witte man. En toch gaat ze in het programma Verborgen Verleden op zoek naar haar roots in Ghana, hoewel Duitsland gezien haar muziekvoorkeur meer voor de hand had gelegen. Tania Kross is lang niet de enige met een dergelijke fixatie. Als voorvechters van zwarte mensen kennen we inmiddels Silvana Simons en Anousha Nzume, die beiden eveneens witte partners hebben. Nzume is nota bene van Kameroens-Russsiche komaf, dus hier een gast, en meent ons toch over van alles te kunnen kapittelen. Je vraagt je af of ze ook haar man afblaft.  

 

kotishow

Diverse kotimisi - draagsters van de Surinaamse koto-rok - houden een kledingshow in Nieuw Amsterdam. De koto-rok is meer een traditionele feestdracht dan een levende klederdracht. www.pinterest.com

 

Blijkbaar zorgt het multiculturalisme bij ons voor een eenzelfde interne polarisering als in Amerika, dat nog uitsluitend witte en zwarte mensen kent. Zo heet oud-president Obama zwart, hoewel hij genetisch waarschijnlijk meer wit dan zwart is en in elk geval door witte familieleden is opgevoed. Ook wij kennen inmiddels geen kleurlingen meer, al zijn gemengde huwelijken, zeker bij 'zwarten', eerder regel dan uitzondering. Maar iedereen moet volgens de nieuwe normering bij één categorie horen - ik heb ook Marokkanen en Turken al horen aanduiden als 'zwart'. Om de krankzinnigheid op dit vlak samen te vatten: terwijl de raciale verschillen tussen mensen bijna zienderogen verminderen, neemt de raciale onzin alleen maar toe. 

Het succes van het Westen is echter altijd geweest dat mensen niet met hun achtergrond samenvielen. Ook al kostte het moeite, boeren konden uitgroeien tot stadse intellectuelen, arbeiders tot fabrikanten. Tegenwoordig wordt juist een premie op achtergrond gesteld. Jongeren die aan hun etnisch isolement willen ontsnappen, kunnen op die manier niet uitgroeien tot wat velen van hen in de eerste plaats wensen te worden: wereldburger. Sommige columnisten onder hen klagen ook over het feit dat ze nooit iets anders dan de token-allochtoon zijn en spreken van een 'psychologische gevangenis' waarin ze zitten, al is de ironie natuurlijk dat uitgerekend die zogenaamde gevangenis hun toegang tot de media verschafte.

 

hidjabkhimarchador

Sinds mensenheugenis uitgestorven maar nu is het verschijnsel klederdracht weer terug in de Nederlandse steden. Vlnr.: hijab (hidjab, hijaab), khimar (ghimaar) en chador. De eerste twee kunnen worden aangevuld met een jilbab, een lange jas, of een abaya, een lange jurk. De niqaab met een spleetje voor de ogen en de volledig bedekkende boerka (burka) zijn in Nederland zeldzaam. www.kuleuven.be/thomas/page/hoofddoeken/ 

 

Ook vanuit politiek oogpunt is het multiculturalisme onwenselijk. Het is een reprise van het oude zuilensysteem, waarbij onnoemelijke bedragen gaan naar behoud in plaats van vernieuwing. Hoeveel duizenden subsidieontvangers hebben inmiddels niet baat bij versterking van de segregatie? Ik rep dan niet eens over heethoofden die met behoud van een uitkering anti-westerse opvattingen verkondigen; een absurde situatie waarop de media nauwelijks een weerwoord hebben. Dat er door de voortdurende benadrukking van eigenheid onbedoeld al tegenstellingen zijn aangewakkerd, blijkt overduidelijk uit de houding van veel immigranten. In plaats van zichzelf gelukkig te prijzen met alle nutsvoorzieningen waarvan zij gratis gebruik mogen maken en alle ontwikkelingskansen die hen ter beschikking staan, zingen de meesten slechts een lied van achterstelling, daarbij gesouffleerd door hun vertegenwoordigers die op extra invloed en subsidies vlassen. 

Een psycholoog heeft hierom eens voorgesteld allochtonen jaarlijks op de Dam een Dankdag te laten houden. Wellicht heeft zich hij hierbij laten inspireren door de priester Henri Nouwen die pleitte voor een 'discipline van dankbaarheid' als middel om je met het leven te verzoenen. Indirect kun je daar ook uiting aan geven. Ikzelf heb langere tijd in Frankrijk en Italië gewoond en ik gedroeg me daar beduidend galanter dan in Nederland. Ergernissen hield ik voor me, maar ik ergerde me ook weinig, want ik vond het vanzelfsprekend dat lokale mensen elkaar voortrokken. Immers, ik had daar nooit een cent belasting betaald en mijn ouders en grootouders evenmin; en zolang dat mijn situatie was, profiteerde ik in feite van anderen. Je zou zeggen dat iedereen aldus kan redeneren, maar helaas. Dankbaarheid is al geen sociologische categorie en vaak zelfs geen psychologische. Filosoof des vaderlands René Gude haalde in dit verband ooit een verhelderend Chinees gezegde aan: 'Waarom haat je mij, heb ik je soms geholpen?

Het geval Mohammed Emwazi kan hier als illustratie dienen. Diens Irakese familie kreeg asiel in Engeland en werd daar jarenlang onderhouden, want zijn vader voelde zich te goed om te werken. Mohammed mocht een universitaire studie volgen en had op een gegeven moment zelfs een serieuze baan in Koeweit. In 2014 leerde de wereld hem kennen als Jihadi John, die voor het oog van een camera in de Syrische woestijn mensen onthoofdde, - onder wie twee Britten die ter plaatse humanitaire hulp boden, intens goede zielen dus. Een hond zou zulk gedrag nimmer vertonen, een varken ook niet. 

 

En meer polarisatie

 

De afwezigheid van iedere vorm van erkentelijkheid leidt intussen tot allerlei ontsporingen. Het komt te vaak voor dat allochtonen enerzijds de voortreffelijkheid van hun godsdienst uitdragen en anderzijds portemonnees van oude vrouwtjes rollen, allebei staaltjes die van diepe minachting getuigen. Trouwens, ook bij de grote schare welwillenden lijkt het victimisme, zoals Fransen zeggen, alleen maar toe te nemen. De migratiehistoricus Piet Emmer ziet dit als een welkom excuus om eigen falen te verdoezelen. Paul Scheffer legt een verband met onze verzorgingsmaatschappij. Inderdaad, door de eeuwen heen, en in serieuze immigratielanden als de Verenigde Staten nog steeds, waren immigranten rasoptimisten die om aan geld te komen de nederigste baantjes aanvaardden en zich zonder enige steun moesten opwerken. Wij zitten met tienduizenden nieuwelingen die jammeren over de bejegening die zij ondervinden maar nauwelijks ambitie tonen. Als ergens het failliet van onze aanpak zich in uit...

En het blijft niet bij jammeren. Ook beschuldigingen van racisme aan ons adres zijn inmiddels normaal. Toen ik zulke geluiden voor het eerst hoorde, vond ik dat bijna komisch. In een idealistische en ruimhartige bui hebben Nederlanders de multiculturele samenleving uitgeroepen en nu schelden degenen die daar alle vruchten van plukken ons voor racist uit. En dan te bedenken dat hier nooit, zoals vijftig jaar geleden nog in de VS het geval was, segregatiewetten hebben gegolden. Wat in dit verband ook treft: eerdere immigrantengroepen hebben zich nimmer dermate negatief uitgelaten, en waren die dan dom? Persoonlijk ben ik van mening dat Nederland nog steeds een van de weinige redelijk gastvrije landen ter wereld is. Als iemand zich hier onwelkom voelt, dan is de kans groot dat hij het er zelf naar maakt.

 

djellaba

Marokkaanse klederdracht, in Nederlandse steden vaak te aanschouwen: de djellaba met typerende capuchon. Een djellaba kan zowel door mannen als door vrouwen worden gedragen, wat betekent dat er van oudsher geen aparte jurken voor vrouwen bestonden. Ook de meer algemene abaya (zonder capuchon) en de Arabische thombe (het lange witte overhemd) zijn zowel voor mannen als voor vrouwen bestemd. www.alibaba.com

 

Ik wil best geloven dat er nog resten van superioriteitsgevoelens rondwaren die niet kwaad bedoeld zijn. Een beroemd gedicht van Remco Campert heet: Een neger uit Mozambique, hij zou dat nu anders noemen, vermoed ik. Jules Deelder herinnert er in zijn gedicht Jazzverleden aan dat negers uit Afrika door Nederlanders als slaven naar Amerika zijn verscheept en daar de jazz hebben uitgevonden. 'Een zware smet op ons verleden,' erkent Deelder, 'maar hadden we ze niet gebracht/ hadden we nou geen jazz gehad/ en dat zou nog erger geweest wezen'. Ik zou Deelder niet adviseren dit gedicht tijdens een slaverijherdenking ten gehore te brengen.

Zeker hoeven we over het morele gehalte van mensen geen illusies te hebben, maar dat geldt idem dito voor zelfverklaarde wereldverbeteraars. Zelden ben ik iemand tegengekomen die anderen van racisme beschuldigde zonder er zelf garen bij te willen spinnen. Niet weinigen, ik denk aan Zihni Özdil en Abou Jahjah, ontlenen daar zelfs een complete carrière aan. Uiteraard hoeven zij mijn visie op Nederland niet te delen; toch zouden zij op z'n minst deze stelling van Naeme Tahir in Trouw moeten onderschrijven: 'Overal in de wereld wordt gediscrimineerd, maar nergens zo weinig als in N.W.- Europa'. Misschien onderschrijven ze die stelling ook, want in de praktijk krijgen wij slechts afgezwakte, arbitraire vormen van racisme voorgeworpen, zoals verborgen of institutioneel racisme, etnisch profileren en stille agressie. Anderzijds spreken sommigen al zonder te blozen van 'White Privilige', alsof Nederland niet van oudsher wit was en al eerder andere keuzes had kunnen maken.

 

actiemax

De goede wil van Nederlanders: http://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2138767/Postbode-Max-wil-graag-naar-Angola-de-buurt-helpt-hem-een-handje

 

Het is treurig en kwalijk dat universiteiten en de media, tot aan de publieke omroep toe, dit soort giftige onzin voor zoete koek slikken. The white man als black man's burden - jaja, het zal. Maar activisten als Zihni Özdil en Abou Jahjah willen helemaal geen verhelderende analyse bieden; het gaat hen om politics, om handel. Hoe instrumenteel hun kritiek is, blijkt uit de hypocrisie die zijzelf aan de dag leggen. Enerzijds gaan zij volledig voorbij aan uitingen van goede wil bij Nederlanders, zoals al het vrijwilligerswerk en de talloze solidariteitsacties, waarin Nederland zich internationaal zeer gunstig onderscheidt. Anderzijds zien zij hun eigen achterban over het hoofd. Het is niet overdreven te stellen dat racisme daarin de omvang van een cultus heeft. Het wemelt er van christenhaters, vrouwenhaters, homohaters, jodenhaters, humanistenhaters, zwartenhaters en sjiietenhaters (als het soennieten zijn) en soennietenhaters (als het sjiieten zijn). Tot hen richten Özdil en Jajah zich echter zich niet, nooit!

Overigens valt hetzelfde verschijnsel te signaleren onder Surinaamse creolen, die altijd negeren dat zijzelf net zo goed slavenhouders hebben voortgebracht en hun eigen 'colorisme' graag over het hoofd zien. Hun onderlinge rangorde op basis van kleur is ondertussen subtieler dan witte mensen kunnen bedenken: bovenaan Juka's ('negerjoden') en onderaan Djoeka's oftewel boscreolen, nota bene afstammelingen van gevluchte slaven, op wie de anderen kennelijk niet eens trots zijn. Voor Afrikanen, wier voorouders hen ooit als slaaf hebben verhandeld, bezigen zij de term bokoe, 'rotte vis' volgens het Sranantongo, maar volgens Herman Vuijsje: 'zwartjoekel'.   

Wat ik me bij integere criticasters nog wel kan voorstellen is dat zij op hun manier met inburgering, liever gezegd: met domesticatie, bezig zijn. Als je als niet-westerling in Nederland woont, zul je iedere dag beseffen dat je een vreemdeling bent, en dus voor de meerderheid niet het eerste aanspreekpunt zult zijn. Door het verwijt van racisme te hanteren creëer je als het ware een band die jouw aanwezigheid rechtvaardigt. Van vreemdeling promoveer je op die manier automatisch tot nieuwkomer. Het verwijt van islamofobie werkt nog subtieler. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die daadwerkelijk aan zo'n fobie leed. Wel zijn er mensen die een fikse hekel aan de islam hebben en die de bijdrage van moslims aan onze samenleving als ronduit negatief ervaren, maar een fobie: nee. Door toch zo'n reactie te veronderstellen roepen moslims elkaar op om hier stand te houden en ons desnoods als patiënten te zien die dringend therapie behoeven.   

 

kaftan           takchita 

Links een Turkse kaftan (met borduurwerk), rechts een Marokkaanse takchita (met typerende riem). Klederdracht is hier kleding geworden, omdat mode haar invloed doet gelden. www.plazilla.com

 

Overdrijving kan hierbij evenzeer helpen. Niet weinig Surinamers en Antillianen suggereren dat zij in Nederland wonen vanwege de slavernij. Dat is onjuist. Zij woonden in Suriname en op de Antillen vanwege de slavernij en zijn vrijwillig naar Nederland verhuisd, omdat hen dat blijkbaar beter uitkwam. Ik wil hiermee zeggen dat hun verhaal wezenlijk anders is dan dat van de illusieloze zwarte bevolking in Amerikaanse getto's. Maar over dit wezenlijke verschil zwijgen zij, waardoor hun aanwezigheid hier iets onwaarachtigs krijgt, zelfs iets huichelachtigs. Er is niets mis met mensen die op zoek gaan naar een beter leven, maar ik zou zeggen: doe dat dan ook!

Om de zaak nog te verergeren wrijven sommigen witte Nederlanders aan dat zij allen bij de slavernij betrokken zijn geweest. Misschien ligt het aan mij maar zelfs indirect ken ik geen landgenoot wiens verre voorouders zich met die praktijk hebben ingelaten. Ja, die van Tania Kross! Volgens de historicus Piet Emmer is ook maar één procent van de Nederlandse bevolking er actief bij betrokken geweest. En hij schat de bijdrage van de slavernij in 1800 op amper drie procent; daarna nog minder... Bovendien bood slavernij geen eenduidig beeld. Ellen Neslo geeft in Een ongekende elite een leerzame kijk op de bevolking van Paramaribo aan het einde van de slavernij in 1863. De stad telde toen 21.000 inwoners, dus iets als het huidige Winterswijk. Daarvan waren er 5000 slaaf, 2000 blank en maar liefst 14.000 niet-blank en vrij.   

Enfin, waarom gaat het eigenlijk nooit over de veertig miljoen slaven die volgens de VN vandaag nog in Afrika en Azië gehouden worden? Of over moderne vormen van slavernij, bijvoorbeeld in de seksindustrie, die op echte problemen duiden?               

Voor een goed begrip, ik wil zeker niet beweren dat de positie van immigranten geen verbetering behoeft. Mij gaat het erom dat Nederland hen heel aardig heeft ontvangen. Dat is niet alleen míjn mening. Een hindoestaanse vertelde me ooit wat de reactie in haar omgeving was toen Den Uyl Surinamers die in de jaren zeventig naar Nederland wilden vertrekken een flat in de Bijlmer en een uitkering beloofde: 'De Hollanders zijn gek geworden'. Uit Marokko en Turkije mochten lange tijd mensen hiernaartoe komen die nooit een klaslokaal van binnen hadden gezien en geen cent te makken hadden. Er bestond ook meteen veel solidariteit met hun problemen, zoals eerwraak, gedwongen huwelijken, vrouwenonderdrukking, cliterodectomie en wat dies meer zij, waarvoor ik persoonlijk menigeen tot ongewenste vreemdeling had verklaard. Zelfs voor mensen die hier volgens opeenvolgende rechters illegaal verbleven kwamen er acties. En leerkrachten waren bereid bij nieuwkomers fouten door de vingers te zien die zij andere leerlingen wel aanrekenden. Ook de overheid deed er van alles aan om de achterstand die zijzelf hadden meegebracht weg te werken, tot aan voortrekkerij bij benoemingen toe. De Marokkaanse schrijver Hafid Bouazza liet in Vrij Nederland hierom weten: 'In Nederland liggen alle kansen voor je open'. De Surinaamse advocaat Prem Radhakishun concludeerde in De Wereld Draait Door dat je in Nederland op dit moment het beste een allochtoon kunt zijn.

 

abaya

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ook de klassieke abaya (hier met extra schoudercape) is ondergevig geworden aan mode. www.aliexpres.com

 

Ik kan dit vanuit mijn beperkte blikveld bevestigen. In de organisaties die ik ken worden allochtonen bijna als prijsdieren behandeld en maken ze om zo te zeggen carrière zonder carrière te hoeven maken, een mirakel dat ook veel vrouwen treft. Bij de (semi-) overheid en in de media krijgen ze overduidelijk meer kansen als Nieuwe Nederlander dan als Gewone Nederlander. Indachtig zwarte Amerikanen vertellen zij daarbij graag dat zij aanmerkelijk beter en harder hebben moeten werken dan anderen, maar zelf heb ik eerder de omgekeerde indruk: een geringe prestatie hunnerzijds lokt onmiddellijk een ovationeel applaus uit. Hoeveel middelmatige politici, middelmatige wetenschappers, middelmatige columnisten en middelmatige acteurs uit hun midden kennen we intussen niet? Bij het Nos-Journaal werkt tegenwoordig een donkere omroepster die al moeite heeft interesse in het nieuws voor te wenden. Misschien verwachten degenen die zulke mensen aannemen dat zij daarmee enthousiaste supporters van Nederland kweken, maar zo werkt het niet, want de meesten van hen kunnen zich alleen handhaven door onze morele slechtheid te blijven benadrukken.  

 

A self-fulfilling damnation

 

Ik sluit mijn ogen heus niet voor de racistische beledigingen die vandaag het openbare leven teisteren. Deels gaat het hier om een zuiver rekenkundig verschijnsel, want het is logisch dat méér diversiteit méér beledigingen oplevert. Deels gaat het om een optisch verschijnsel. Immers, wat vroeger beperkt bleef tot wc-muren, bierviltjes en schoolagenda's bereikt nu via Facebook en twitter de hele wereld. En deels gaat het om een nadeel van internet dat anderzins een voordeel is: om anonieme bedreigingen en beledigingen te uiten hoeft niemand tegenwoordig nog de gang naar een brievenbus te maken. De oude media vinden het op hun beurt nodig dagelijks uit deze beerput de grofste smerigheden te lichten, wat jammer is, want hoewel de berichtgeving anders suggereert, denken Nederlanders volgens mij juist steeds milder over minderheden. Er kan in elk geval geen misverstand over bestaan dat Roma, joden, homo's en niet te vergeten: vrouwen in het verleden veel meer last van discriminatie hebben ondervonden.  

Niettemin is de maatschappelijke verruwing evident. De psycholoog Jan Derksen schrijft dit toe aan de na-oorlogse opkomst van het narcistisch ideaal, dat nergens zo is aangeslagen als in Nederland. Narcisme leidt inderdaad makkelijk tot hufterigheid. Bij ons verdween de rem daarop toen de zuilen hun spankracht verloren en de bourgeoisie als voorbeeldgevende stand verdween. Tegelijk ontstond in de woorden van de socioloog Herman Vuijsje een 'snelle uitbouw van het anoniem domein', iets wat Vuijsje nog schreef voordat de social media iedere publieke onbezonnenheid met aandacht gingen belonen en als het ware een landelijke competitie in schelden openden.

Toch was er ook een proces van escalatie aan de hand. Nette media en politieke partijen hebben decennialang de problemen rond integratie onder de pet gehouden, waardoor het ongenoegen hierover via internet zijn uitweg zocht. In reactie op dit digitale ongenoegen werden minderheden aanmerkelijk mondiger, zoals de Zwarte Pietendiscussie illustreert. En die discussie zorgde weer voor opwinding bij autochtonen die zich totdan nauwelijks hadden geroerd; logisch, want hoogstaand was het bepaald niet om een kinderfeestje onder vuur te nemen. Zo zijn we van kwaad tot erger gegaan, alsof we de verdoemenis over onszelf willen afroepen. Zelf stoor ik me overigens het meest aan iemand als de Surinaamse Gloria Wekker. Zij is de enige antropoloog van mijn generatie die ononderbroken carrière heeft kunnen maken, nogal een bofkont dus, maar als dankbetuiging probeert ze witte mensen een nieuwe erfzonde ('White Guilt') aan te praten. Ik ga er maar vanuit dat zij in Suriname andere omgangsvormen heeft geleerd, waarbij beleefheid alleen eigen volk ten deel viel. 

 

eerwraak

Een nieuw fenomeen in Nederland: eerwraak, met jaarlijks vijfhonderd incidentmeldingen. Eerwraak geschiedt namens de familie maar is geen seriële wraak, zoals de vroegere bloedwraak in Zuid-Europa. Eerwraak komt onder moslims en hindoes voor, zij het uitdrukkelijk zonder instemming van hun kerkleiders, zoals blijkt uit deze still van een waarschuwend filmpje uit islamitische kring: www.youtube.com/watch?v=5rUuWEeF5gY

 

Al met al is de befaamde Hollandse burgerlijkheid tegenwoordig niet meer dan een onderwerp voor nostalgie. Ik weet nog dat rond 1970 het Amsterdamse vervoersbedrijf het publiek beschaafd genoeg achtte om de conducteurs in trams te kunnen afschaffen. Het duurde vervolgens dertig jaar voordat de directie inzag dat het toch beter was die conducteurs te laten terugkeren. 

Volgens mij begon de publieke vuilspuiterij in de jaren tachtig in voetbalstadions, eerst richting joden, Surinamers en Antillianen. Pas na 9/11, of misschien iets eerder, kwamen moslims in het vizier. Wie niet doordrenkt is van politieke correctheid, zal de vuilspuiterij richting moslims enigszins begrijpen. De bedreigingen jegens ons door islamisten zijn buitengewoon reëel en hoe bizar het ook mag klinken, nogal wat moslims in het Westen achten zichzelf betere mensen dan wij. 

Voor het overige ben ik van mening dat in dit soort zaken opinieleiders in de klassieke media veel te hoge normen aanhouden, alsof zij geestelijk nog in de standenmaatschappij leven. Laten we elkaar alsjeblieft niet lastigvallen met primaire voorkeuren van passagiers bij het plaatsnemen in een tram - er is ook nog zoiets als schroomvalligheid voor mensen die anders zijn. Ik ga als zestig-plusser (zeventig-minner) ook niet zitten naast een blonde stoot of een blanke kaalkop met tattoos in zijn nek. Met een Surinaamse buurman praat ik over van alles, behalve over zwart-witverhoudingen. Met een bevriend homoseksueel echtpaar lach ik veel maar wij mijden de geringste toespeling op seks. Met andere woorden, pudeur kan vereenzamend werken maar is geen discriminatie. Los hiervan mogen we ons realiseren dat we met z'n allen langzaam wennen aan vreemdheid. Een Limburgse vrouw vertelde me dat ze vroeger op de dorpsschool werd gepest en uitgelachen, omdat ze uit een dorp verderop kwam.  

Tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 was het helemaal raak. Zonder oog te hebben voor de honderden, duizenden blijken van goedwillendheid bij de opvang van nieuwkomers bliezen de klassieke media elk lokaal conflictje op tot een landelijk schandaal. Van omwonenden werd min of meer geëist dat zij het prachtig vonden wanneer zij een vluchtelingenkamp naast hun deur kregen, en niemand ontving sneller een uitnodiging voor een praatshow dan degene die over xenofobie begon. Ik wed dat de klassieke media op deze manier heel wat extra onvrede hebben gewekt.

 

slavenoptocht

Confronterend victimisme tijdens slavernijherdenking in Amsterdam, 2014. In Paramaribo loopt de bevolking op Keti Koti juist bevrijd rond. Foto www.geenstijl.nl

 

Daarom blijft de vraag: in hoeverre menen mensen al die vreselijke teksten? Gerard Reve, berucht om zijn uitlatingen over Surinamers, zei ooit: 'Ík ben niet enkelvoudig genoeg om racist te zijn', en ik vermoed dat dit voor de meeste mensen geldt. Bovendien, ik had het over een competitie in schelden: op websites proberen reaguurders vooral bij hun geestverwanten te scoren. Retoriek, in de slechte zin van het woord, bedrijven trouwens ook moslimjongeren wanneer zij voor het oog van een camera uiterst vijandig reageren op vragen over Nederland.

De crux blijft hoe mensen zich feitelijk gedragen. Als we de kranten mogen geloven doen zich zich inderdaad steeds vaker racistische incidenten voor. Het zou mij echter niet verbazen als het bij de meeste meldingen gaat om etnisch gedrag, iets wat we volgens multiculturalisten juist moeten koesteren - een klapsigaar uit eigen doos! Want of men nu wil of niet: etnicisme impliceert een voorkeur voor soortgenoten. In de privésfeer zal niemand hiertegen bezwaar hebben, wel op de arbeidsmarkt. Een lastig verschijnsel blijft het ook daar.

Het valt niet te ontkennen dat de werkloosheidcijfers voor allochtonen beduidend slechter zijn dan voor autochtonen. Hoe zit dat? Eerlijk onderzoek zou ons verder helpen, maar dat vindt niet echt plaats. Zo is het interessant te weten hoe groot het percentage onwilligen is onder allochtonen. Ik verwacht dat dit beduidend groter is dan bij autochtonen, vooral onder recente asielzoekers, die niet alleen met traumatische ervaringen hebben te kampen, maar met behulp van een uitkering al meer welvaart genieten dan zij in hun land van herkomst bereikten mét werk. 

Verder is het zo dat met een houding van anti-establishment allochtonen zich bij voorbaat diskwalificeren. Dat is de hypocrisie van onze beleden vrijheid van meningsuiting. Een omroep als de Vara nodigt dagelijks boze immigranten uit om voor het oog van de natie los te gaan, waarmee zij zich voor een eventuele baas meteen diskwalificeren. 

Ook de vraag naar de bemiddelbaarheid van allochtonen blijft onderbelicht, al tellen de ingedriënten daarvan: algemene ontwikkeling en sociale vaardigheden, zwaar bij sollicitaties. Hindoestanen, Chinezen en Iraniërs, zo valt te beluisteren, doen het in een eerste gesprek vrij goed, hoewel zij nauwelijks minder exotisch zijn dan Turkse en Marokkaanse nieuwkomers. Als het over Turken gaat zullen de verlichte alevieten - eerlijk is eerlijk: de antropoloog Ibrahim Yerden merkt hen aan als een reclame voor de multiculturele samenleving - het weer beter doen dan soennieten. Hetzelfde geldt voor Marokkanen die uit grote steden stammen in plaats van de Rif. Moslims uit ononderontwikkelde of zelfs gewelddadige gebieden missen vaak een gemak van optreden en een vriendelijke, dienstvaardige instelling; eigenschappen die in tal van sectoren essentieel zijn. Dit gebrek aan vlotheid wordt altijd verdoezeld uit angst de islam te beledigen, terwijl het daar niets mee te maken heeft. Ik herinner me dat ik halverwege de jaren negentig in Istanbul voor het eerst van mijn leven een glimlachende moslim zag, en toen dacht: verrek, een glimlachende moslim...

sylvana

Tweet (27-11-2016) over de in Paramaribo geboren Sylvana Simons, die de PvdA zware verwijten maakt, nota bene de partij met de grootste sympathie voor immigranten. Stank voor dank.

 

Een apart probleem op de arbeidsmarkt vormen moslims die hun geloof willen uitventen. Was ik een werkgever dan stond ik ook niet om hen te springen, omdat ik zulk gedrag van kleingeestigheid en indiscretie vind getuigen. En eenmaal aangenomen kunnen ze van mij voorzieningen gaan eisen die anderen niet hebben, waardoor ze de sfeer in het bedrijf verzieken. Dat zulke moslims op hun best nogal saai zijn en niet aan collegiale lolletjes deelnemen is uiteraard ook geen aanbeveling.

Valt mijn afwijzende houding te bestempelen als discriminatie of als een verdedigbare preferentie? Ik wil erop wijzen dat dit vroeger nooit tot een kwestie kon uitgroeien, want toen heerste op de arbeidsmarkt de tucht van vraag en aanbod, die zeloten automatisch tot matiging dwong. Wíj kennen inmiddels het College voor de Rechten van de Mens. Stel dat dit College concludeert dat het in mijn geval om discriminatie handelt, moet ik dan mijn eigen etniciteit intomen? En waarom hoeven strenggelovige moslims dat dan niet te doen? Het is triest dat we over zulke onderwerpen niet kunnen debateren zonder terug te vallen op termen uit het verleden, ons opgedrongen door pseudo-intellectuelen en kwaadaardige politici. 

 

Summum van relativiteit

 

Het aangeprezen multiculturalisme bevat zelfs een inconsequentie. De onderliggende ratio ervan is dat alle culturen relatief zijn, een zienswijze die wij aan de Verlichting danken. Maar zijn daarmee ook alle culturen gelijk? Deze discussie wordt ontweken uit angst voor westerse claims op superioriteit. Laat ik duidelijk zijn: westerse mensen zijn geenszins superieur, maar hun samenleving, waarin hun cultuur tot uiting komt en gedijt, is veel verder ontwikkeld dan alle samenlevingen die zich tot dusver hebben voorgedaan. Westerse technologie - internet alleen al! - kent haar weerga niet en hetzelfde geldt voor de instituties en sociale voorzieningen die hier gangbaar zijn. Ook dragen westerlingen een ongelofelijke rijkdom aan cultuurelementen met zich mee: van sporten tot wereldse feesten, van liefdadigheidsacties tot velerlei kunstzinnige uitingen. Het valt mij altijd op dat moslims hier tegenover met nagenoeg lege handen staan. Afro-Amerikanen en Afro-Nederlanders daarentegen voegen juist steeds meer dingen aan het westerse leven toe, getuige de blues, de highfives en het box geven, om maar wat te noemen.  

De vraag of alle culturen gelijk zijn, is daarom nogal theoretisch. De praktijk wijst duidelijk anders uit. Maar de vraag stellen biedt wel gelegenheid tot hypocrisie. Wat iedereen kan zien gebeuren is dat het relativisme steeds in stelling wordt gebracht als het om de westerse cultuur gaat, terwijl andere culturen juist worden verabsoluteerd en onveranderlijk verklaard...

Natuurlijk, qua tolerantie bestaat er een ondergrens. Niemand in het Westen zal accepteren dat het Indiase kastenstelsel met paria's hier geldingskracht krijgt, en meisjesbesnijdenis, gedwongen huwelijken en polygamie zijn officieel bij de wet verboden. Niettemin is de tegemoetkomendheid zelfs jegens disfunctioneel etnisch gedrag groot, getuige de bestseller Respect!, 99 tips voor het omgaan met jongeren in de straatcultuur (2004). Zonder op de consequenties ervan in te gaan formuleert onderwijsman Hans Kaldenbach daarin een omgekeerde versie van de etiquette die gewone Nederlanders volgen. Om straatschoffies te bereiken is het volgens hem noodzakelijk dat je hen nooit rechtstreeks aankijkt of op hun daden aanspreekt, dat je hun bedreigingen en beledigingen slikt en hun leugens en gewelddadigheden negeert. Met alle respect! van mijn kant: tenzij je die jongeren zo snel mogelijk wilt doorschuiven naar de bijstand, kun je hen beter naar een cursus Wellevendheid van drs. Reinildis van Ditzhuyzen sturen.

 

respect

Pasmunt van de moderne samenleving: Respect!, hier als titel van de bestseller van Hans Kaldenbach uit 2004. Het begrip moest daarvoor wel een uitbreiding ondergaan. Kort geleden nog stond 'respect' voor bewondering en eerbied; wellicht onder invloed van Aretha Franklin's R.E.S.P.E.C.T. staat het nu ook voor waardering van personen die zelf weinig waardering voor anderen opbrengen. www.hanskaldenbach.nl

 

Maar om een of andere reden is de benadering van minderheden nooit gericht op hun aanstaande of mogelijke verandering. Laat ik hiervoor het begrafeniswezen ter illustratie nemen. De meeste christenen hebben duizend jaar geleden al hun wens laten vallen om eeuwigdurend begraven te worden, wat met het oog op de wederopstanding op de dag des oordeels wenselijk was. Joden en moslims koesteren dezelfde heilsverwachting maar blijven bij de eis tot grafrust. Nederlandse joden hebben hierom op eigen kracht eigen begraafplaatsen gesticht, zo'n tweehonderd in totaal. Die weg zouden moslims ook aanbevolen kunnen krijgen, maar in plaats daarvan worden op begraafplaatsen speciale plekken vrijgemaakt, waarvoor de extra kosten over de hele bevolking worden omgeslagen...

Hoe relatief culturen zijn heeft het Westen inderdaad uit en te na laten zien. Veel zaken die nu als islamitisch gelden, wat ze slechts ten dele zijn, bestonden hier tot voor kort eveneens. De ongelijkheid van vrouwen springt als eerste in het oog. Dat echtgenotes in Nederland pas sinds 1957 handelingsbekwaam zijn is genoegzaam bekend, maar pas sinds 1970 hoeven zij hun man niet meer te gehoorzamen, want toen verviel het aloude wetsartikel dat hem als 'hoofd van de echtvereniging' aanduidde. Je vraagt je af of Nederlandse moslima's dit ooit is verteld en dat zij samen met hun man het ouderlijk gezag dienen te voeren, in weerwil van wat de Koran hen leert.

 

alevieten

Succesvolle immigranten: Alevieten, hier tijdens een demonstratie in Den Haag tegen de mensenrechtensituatie in Turkije, anno 1996! www.anp-archief.nl

 

Ook de idee van vrouwelijke onreinheid was diep in de samenleving doordrongen; niet voor niets waren er tot in de jaren zestig van de vorige eeuw gescheiden scholen voor meisjes en jongens. Veel zwembaden bezaten tot die tijd een mannen- en vrouwengedeelte, met een complete schutting ertussen om het gluren te voorkomen. Ook werden katholieke vrouwen zes weken na een bevalling priesterlijk gezegend om aan hun 'onreinheid' een eind te maken; mijn eigen moeder heeft nog principieel geweigerd zich aan deze rite te onderwerpen. En neem het gedwongen huwelijk. Als we het door de ouders opgelegde 'moetje' meerekenen dan was dat hier vijftig jaar geleden nog tamelijk normaal.

Zo kunnen we doorgaan. 'Honor murders' vanwege geloofsafval of zogenaamd onzedelijk gedrag kende Nederland van oudsher niet, maar wel volksgerichten en eigenrichting. Ook de ramadan was enigszins vertrouwd, in de vorm van de vastenperiode bij katholieken, die in de jaren zestig officieel is afgeschaft als niet strokend met de moderne tijd, wat moslims zich ter harte zouden kunnen nemen. Summum van alle relativiteit is natuurlijk de geleidelijke implosie van de christelijke kerken die we momenteel meemaken, na hun eeuwenlange alomaanwezigheid.

 

Cultuurclashes


Uiteraard pleit ik niet voor intolerantie of disrespect, wel voor scepsis ten aanzien van menige traditie. Zo staat het vast dat immigranten uit onderontwikkelde gebieden een flinke inhaalslag moeten maken als het gaat om rechten van vrouwen, homoseksuelen en dieren, maar ook om burgerzin, bijvoorbeeld met betrekking tot vrijwilligerswerk. Menigeen zal tevens zijn wereldbeeld moeten kuisen. Ayatollah Khomeini verkondigde in woord en geschrift dat elke niet-moslim - kafir - onrein is; de moordenaar van Theo van Gogh, Mohammed Boeyeri, zei hem dit na. Zeker moslims in ons werelddeel zullen voor zichzelf moeten bepalen wat ze van deze stupide en kwaadaardige opvatting vinden. Ongetwijfeld zullen de meesten haar afwijzen, maar dan nog blijven confrontaties met de omringende maatschappij niet uit. Die zal namelijk verlangen dat zij zich niet tot in lengte van dagen afzonderen met al te buitenissige gebruiken, zeker als zij daardoor een beroep op de bijstand moeten doen. In een niqaab of boerka kun je moeilijk solliciteren, dus dat levert een probleem op voor de draagsters ervan. Met het weigeren vrouwen een hand te schudden beledigt iemand het gros van de Nederlanders, dus is het de vraag hoe lang hij dat wil volhouden.

Eigenlijk zou de inburgeringscursus voor moslims vooral over ons huwelijksrecht moeten gaan. De sharia is daarmee namelijk volkomen in strijd, wat deze en gene ook moge beweren. Volgens de sharia kan verkrachting binnen een huwelijk niet plaatsvinden en mag een man zijn vrouw slaan, daar zij als mindere van hem tot gehoorzaamheid verplicht is. Het initiatief tot echtscheiding kan in vrijwel alle gevallen alleen van hem uitgaan en alimentatie hoeft hij niet te betalen, want haar eigen familie moet haar verder verzorgen. Ook zijn gezamelijke kinderen na een scheiding automatisch van hem. Is zijn vrouw geen moslima dan verliest ze het recht op haar kinderen zodra haar man overlijdt, etc.

 

chinezen

Succesvolle immigranten: Chinezen vieren in 2011 in Den Haag hun honderdjarige aanwezigheid in Nederland. www.chineescentrumwalai.nl

 

Het meest zichtbare en verwarrende symbool van het gepropageerde multiculturalisme is natuurlijk de hoofddoek van moslima's. Moderne Nederlanders komen daar moeilijk uit. Harm Botje, oud-correspondent voor NRC Handelsblad in het Midden-Oosten, wees er al op dat de hoofddoek in het Westen het omgekeerde effect bereikt van haar oorspronkelijke doel: vrouwen vallen er juist mee op. Een kwestie die hierbij nooit aan de orde komt is in hoeverre een moeder met een hoofddoek de integratie van haar kinderen belemmert. Kinderen zien graag dat zij op andere moeders lijkt en als dat niet het geval is voelen ze zich bij voorbaat apart gezet. Vooral de amodieuze hoofddoek, nog steeds overheersend, lijkt mij voor een kind een isolerende afknapper.  

De relativisten onder ons wuiven dit alles weg door een vergelijking te trekken met de kleurrijke sjaal waarmee volksvrouwen zich tot in de jaren zestig tooiden, maar dat was een zeer prozaïsch gebruik: aldus konden zij met krulspelden in het haar nog de straat op. Of ze komen aan met de joodse sjeitel, de pruik die gehuwde orthodoxe vrouwen dragen om hun haar aan de blikken van andere mannen te onttrekken. De sjeitel is echter een subtiele camouflage, geen publieke getuigenis. De vergelijking die gemaakt moet worden is die met katholieke nonnetjes, bij wie het hoofd zelfs identiek is omzwachteld. Hier begint een andere discrepantie in westerse ogen: moslima's zijn geen bruiden van Jezus. Merkwaardigerwijs bestond er vroeger, toen wij allemaal religieuzer waren, een afkeurende term voor lekenvrouwen die zich buiten de kerk vroom gedroegen: kwezels (Jacques Brel bezingt hen in Les bigottes). Maar met de deconfessionalisering lijkt ook de afkeer van heilige boontjes verloren te zijn gegaan. 

 

modieuzehoofddoek

Langzaam is de hoofddoek onderwerp van mode aan het worden. De Nederlandse Ruba Zai stelt zelfs dat een hoofddoek en make-up prima samen gaan en dat moslima's gek zijn op beauty en fashion. www.waaromhijaab.nl

 

Nu zijn er moderne moslima's die stellen dat zij de hijab dragen uit trots op hun cultuur in plaats van hun religie. Deze Staphorst-variant overtuigt geenszins, want een dagtaak hoeft trots niet te vergen. Bovendien benadrukken oude streekdrachten slechts de sekse van de vrouw, ze dienen niet om te voorkomen dat zij als lustobject van de man wordt gezien, wat haar autonomie inperkt. Persoonlijk proef ik bij zulke moslima's eerder spijt dat zij vanwege hun geloof westerse meisjes qua outfit nooit naar de kroon kunnen steken en daarom de andere kant op neigen. 

Inmiddels zijn de meeste Nederlanders wel gewend aan vrouwen met een hoofddoek, al was het maar doordat mainstream media hen voortdurend als normaal voor het voetlicht brengen. De NPO zendt zelfs programma's rond hen uit, zoals de Meiden van Halal en de Mama's van Halal. Ik betwijfel of veel landgenoten hen als interessant zullen aanmerken. Immers, vijftig jaar geleden gingen vrouwen als zij hier nog blootshoofds over straat, net als in Egypte, Iran en Indonesië. En moet nu iedereen waardering opbrengen voor deze regressie onder hen, terwijl hun non-conformistische zusters in sommige landen met gevaar voor eigen leven strijd tegen die dracht voeren? De hijab werkt gewoon niet. Symbolen zijn altijd relatief en onderwerp van manipulatie. Dat vinden veel Nederlandse moslimmeisjes net zo goed, getuige het bekende verhaal dat zij hun hoofddoek plegen af te doen wanneer zij de geboortestreek van hun ouders bezoeken, omdat zij daar niet voor achterlijk willen doorgaan...  

 

Naar een nieuwe Leitkultur

 

De verlangde joods-christelijke-islamitische traditie op haar beurt levert zelfs intellectuele problemen op. Nederland telt tegenwoordig al miljoenen humanisten, terwijl de deconfessionalsiering nog volop bezig is. En waarom zou de keuze beperkt moeten blijven tot wereldgodsdiensten die op Abraham teruggaan? In plaats van moslims zou ikzelf eerder hindoestanen en boeddhisten noemen, die zich als immigranten uitstekend redden en niemand tot last zijn. 

Bepaald unfair is ook dat Afro-Nederlanders aldus tot de marge worden veroordeeld, terwijl zij inmiddels een rol van betekenis in ons land vervullen, nota bene ook voor moslims. Ik suggereerde al eerder dat moslims buiten hun religie heel weinig cultuur in de klassieke zin van het woord bezitten. Dat geldt zowel voor high als voor low culture, want zelfs amateurkunst beoefenen ze niet, evenmin hobby's als dansen, klaverjassen, duivenmelken, noem maar op. Moslimjongeren die toch indruk willen maken moeten zich tot andere bevolkingsgroepen wenden, waarbij ze met name Afro-Nederlanders imiteren, getuige hun hoodies, hun andersomgedragen honkbalpetten en hun rapmuziek.   

Om kort te gaan, mensen die de joods-christelijke-islamitische traditie prediken zijn niet alleen hypocriet, ze willen eigenlijk de hele multiculturele samenleving de nek om draaien. Dit sterkt mij overigens in mijn vermoeden dat zogenaamde multiculturalisten helemaal geen kosmopolieten zijn, doch conservatieven die invloed willen verwerven om verdere veranderingen tegen te houden.

 

drankje

Belangrijke bezwerende olie te koop bij de Surinaamse www.fredkulturushop.com te Rotterdam.

 

Het onderdeel 'christelijk' in de opsomming geeft al te denken. In mijn jeugd kon je nog allerwegen horen dat Nederland een protestants-christelijke natie was; katholieken hoorden daar niet bij. NRC-essayist Rudy Kousbroek meende zelfs dat zij zich schaamden om katholiek te zijn, alsof dat in fatsoenlijke families niet voorkwam. Blijkbaar zien de meeste protestanten hen inmiddels wel als gelijkwaardig, al lijkt dat vooral ingegeven door het verlies aan betekenis van beide geloofsrichtingen; een verbond uit zwakte.

De combinatie 'joods-christelijk' rammelt nog erger. In tegenstelling tot het jodendom is het christendom een missionaire godsdienst, met andere woorden: joden hebben iets van christenen te vrezen maar omgekeerd niet. Joden zullen zich er al over verbazen dat zij met christenen op één lijn worden gesteld, want zij weten niet beter dan dat zij door christenen eeuwenlang zijn uitgesloten en vervolgd. Toch valt er veel voor die combinatie te zeggen. Het jodendom heeft tal van elementen geschonken aan het christendom, zoals het monogame huwelijk, de wekelijkse rustdag, het 'wettische' en op mentaal vlak de levenslust, de onderzoeksdrang, het woekeren met talenten. Het jodendom en het christendom delen bovendien een heilig boek, en het is zonneklaar dat individuele joden een kolossale bijdrage hebben geleverd aan de vormgeving van ons deel van de wereld. Waar zou het moderne Westen zijn geweest zonder alle joodse geleerden, industriëlen en kunstenaars? 

In mijn optiek hebben joodse mannen, gestreng als ze zijn, ook altijd meer bij het protestantse Nederland gehoord dan schipperende katholieken (althans totdat die joodse mannen, oude kereltjes vaak, met z'n allen gaan ringdansen). Ten tijde van de Republiek was deze identificatie evident: joden mochten herkenbare synagoges bouwen, katholieken slechts schuilkerken. Niet voor niets, lijkt me, reserveerden joden het woord tofelemoon voor katholieken, hoewel dat in het Jiddisch 'andersgelovige' betekent. Maar andersgelovig waren de papen, niet de bevriende Geuzen. 

Dat de protestantse voorkeur voor joden tot in onze tijd heeft geduurd valt te lezen in Onze eeuw, J.L. Heldring en André Spoor in gesprek (2013). De vader van Heldring, hervormd van huis uit, ontdekte dat zijn dochter met een katholiek omging en bezwoer haar dat zij nog beter met een jood dan met een katholiek kon trouwen (waarna, to top it all, J.L. begint uit te leggen dat zijn vader beslist geen antisemiet was; antipapist kennelijk wel, maar dat donderde niet).

 

divali1

Succesvolle immigranten, ook wel Nederlands best bewaarde geheim geheten: Hindoestanen in Den Haag tijdens Divali, het feest van het licht, 2014. www.denhaagdirect.nl 

 

Als ik hier nog even op door mag gaan: in Het Parool stuitte ik eens op de term 'het gezellige antisemitisme' dat in Nederland had geheerst. Ik wist meteen wat men bedoelde ('blijf met je rotpoten van onze rotjoden af') en realiseerde me dat er van een 'gezellig antipapisme' nooit sprake is geweest. Hierbij past natuurlijk wel de aantekening dat sinds de Martelaren van Gorcum het antipapisme nooit meer zo bedreigend voor katholieken is geweest als het antisemitisme voor joden. Katholieken leven hier al eeuwen zonder angst voor opwellende haat, wat volgens Renate Rubinstein onder joden voortdurend speelt. 

Enfin, ondanks deze sympathie voor het Oude Volk in het Hollandse heartland is geen enkele joodse feestdag tot nationale feestdag verklaard. Met andere woorden, de zogenaamd joods-christelijke traditie is een eenzijdige en vrijblijvende aangelegenheid van christenen.

Nu de islam. Net als het christendom is de islam een missionaire godsdienst, maar dan zonder hulpverlenende missionarissen. Haar expansie bereikte zij door middel van verovering en immigratie. Toch is zij in ons deel van de wereld pas sinds kort een demografische factor. In 1970 telde Nederland amper vijftigduizend moslims, inmiddels ruim een miljoen. Die eerste vijftigduizend kwamen zoals bekend als gastarbeiders maar waren als zodanig snel uitgewerkt, want het merendeel van textiel- en staalfabrieken waarvoor zij naar Nederland werden gehaald, legde al in hetzelfde decennium het loodje. Vrijwillige gezinshereniging zorgde nadien voor de wassende moslimpopulatie.

Migratiedeskundigen, mits openhartig, twisten intussen over de kosten die met deze populatie gemoeid zijn. Het weekblad Elsevier kwam in 2009 met een schatting van ruim 200 miljard euro in veertig jaar tijd; méér dan alle ontwikkelingshulp die we aan de Derde Wereld hebben geschonken. Deze vergelijking is gepast, want waarom zouden mensen die hiernaartoe komen, meer mogen claimen dan hun soortgenoten die wegblijven? Ik neem overigens aan dat Elsevier alleen de directe kosten heeft berekend, niet de indirecte, zoals beveiliging tegen moslimterreur en -criminaliteit, eveneens een miljardenkwestie.

Deze kosten, in combinatie met hun kortstondige aanwezigheid, maken het pleidooi om bij ons de islam een gelijkwaardige rol naast het jodendom en het christendom toe te kennen vergezocht. En voor wie meent dat in dit bestek niet louter financiële overwegingen mogen tellen: er komt bij dat moslims zich bijna unisono negatief over de westerse maatschappij en leefwijze uitlaten, wat joden nimmer hebben gedaan.  

 

tongtong  

Succesvolle immigranten: het team Tong Tong 2015, dat jaarlijks het gelijknamige festival voor Indische Nederlanders verzorgt. www.tongtongfestival.nl

 

Ik zie wel enige verwantschap tussen bepaalde moslims en bepaalde protestanten: salafisten zijn tot vandaag in de weer met een Beeldenstorm; zelfs heiligdommen zonder afbeeldingen, zoals de heiligengraven van soefi's, wekken hun vernietigingsdrang. Omgekeerd praten veel protestanten uiterst omzichtig over moslims, alsof er voor hen reeds een holocaust dreigt; nogal een contrast met het denigrerende toontje dat zij vroeger tegen katholieken aansloegen. Intussen zet de islam zich op tal van punten af tegen zowel het jodendom als het christendom. Zo handhaven moslims nog de oudtestamentische polygamie voor mannen. En hun martelaren offeren niet alleen zichzelf op, ook onschuldige burgers, liefst zoveel mogelijk tegelijk. Het is zelfs kwestieus of moslims andersgelovigen überhaupt accepteren, want in alle islamitische landen worden joden en christenen onderdrukt en niet zelden fysiek belaagd. De koran belooft ook voor de toekomst weinig goeds: O, jullie die geloven, neemt joden en chistenen niet tot vriend (soera 5:51).

Wat betreft hun betekenis voor onze beschaving: hoewel iemand als Geert Mak graag dik doet over alle ontdekkingen van islamitische wetenschappers is de pijnlijke waarheid dat zij tijdens de laatste vier beslissende eeuwen geen punaise hebben uitgevonden. Geen punaise. Zelfs in de kunsten, sport en amusement zijn hun bijdragen miniem. Weliswaar tellen zij weer mee op het wereldtoneel, maar dat is dankzij westerse oliedollars, westerse technologie en immigratie naar westerse landen; zij hebben zich niet zelf opgewerkt zoals Japanners, Chinezen, Indiërs en Brazilianen. Het islamitisch reveil dat alom gaande is, lijkt soms een opstand tegen deze feitenreeks te zijn: een verondersteld superieure religie die zichzelf economisch niet kan bedruipen en waarvan de volgelingen bemerken dat ze de rest van de mensheid nauwelijks meer dan hun teleurstelling en hun haat te bieden hebben. 

Dit vormt mijns inziens het wezenlijke drama van moslims in het Westen, niet wat je meestal hoort: hun sociale uitsluiting, hun relatieve deprivatie of hun hechting aan religieuze zuiverheid, want andere minderheden delen die ervaringen en weten zich wel te schikken. Bij moslims is het verschil tussen hun pretenties en prestaties simpelweg te groot. Net als bij pubers wordt dan negatieve aandacht het hoogst haalbare, met aan het eind een complete pathway to madness. Zolang hun leiders dit niet onder ogen zien en hun volgelingen oproepen eindelijk iets van hun leven te gaan maken, zullen er onder hen geregeld mislukkelingen en idioten opstaan die met nihilistisch geweld het succes van anderen willen ontkennen. Maar helaas valt niet te verwachten dat die leiders zo'n pleidooi zullen houden, want bang als ze zijn dat moslims zelf de betekenis van hun religie gaan relativeren, willen zij liever met onheilpraatjes het drama van hun gemeenschap verlengen en versterken. 

 

Polendag

Succesvolle immigranten: Polendag 2016, Horst aan de Maas. www.reindonk.nl

 

Dit alles laat onverlet dat de meeste moslims in Nederland in de veertig, vijftig jaar dat ze hier zijn redelijk hun weg hebben gevonden. Blijkbaar laten zij hun imams tot op zekere hoogte kletsen. Van mensen in het veld hoor je ook dikwijls hoe verstandig en prettig ze in de omgang kunnen zijn. Toch blijven zij veruit de lastigste nieuwkomers uit onze geschiedenis. Ik zeg dit niet zonder begrip, want ik zie best dat het leven in Nederland voor hun tweede en derde generaties moeilijk is, en anders lees ik dat wel bij Ian Buruma en zoveel anderen. Maar empathie brengt ons niet altijd verder: ook PVV-stemmers zijn goed te begrijpen. Het gaat om een derden-oordeel. 

Welnu, met immigranten hebben we als land een ruime ervaring, maar het is nooit eerder voorgekomen dat zij tegelijkertijd bidruimten opeisen in gebouwen die niet van hen zijn én hordes straatschoffies op de been brengen. Die tweeslag van vroomheid en brutaliteit maakt moslims uniek. Zelfs islamitische asielzoekers (nota bene: asielzoekers) halen al ongekende dingen uit. Zo riep een van hen tijdens een demonstratie tegen Zwarte Piet 'Fuck de Koning', alsof hij jegens zijn symbolische gastheer het volste recht daartoe had. Een ander meende het Acht Uur Journaal te mogen verstoren met een neppistool, iets wat nooit eerder bij een Nederlander was opgekomen.

Dat we met betrekking tot moslims toch van een bescheiden succes mogen spreken ligt aan onze mildheid jegens hen, die ze nauwelijks verdiend hebben. Als groep vergen zij hierdoor een dubbele tegemoetkomendheid: om hen netjes te ontvangen en ter vergoeilijking van alle chagrijn dat zij verspreiden. Bijna hallucinant is de achtergrond waartegen dit gebeurt: terwijl wij constant van imams moeten vernemen hoe vreedzaam hun religie is, leven ze overal ter wereld in onmin met hun buren en zaaien hysterici onder hen tot in het hart van Europa dood en verderf.

fuck

Logo oor een solidariteitsactie in 2015 ten behoeve van Abulkasim Al-Jaberi, een Irakese asielzoeker die tijdens een demonstratie tegen Zwarte Piet 'Fuck de koning' had geroepen en wegens majesteitsschennis vervolgd dreigde te worden, wat uiteindelijk niet gebeurde. In de media was die vervolging onderwerp van discussie, in menig huiskamer de Irakese asielzoeker. www.doorbraak.nl 

 

Een extra complicatie hierbij vormen hordes intellectuelen die op hoge toon islamcritici als bron van alle kwaad bestempelen. Uiterst vreemd: tot voor kort waren progressieve lieden gebeten op alles wat naar godsdienst riekte, nu pardonneren zij niet alleen achterlijkheden van moslims, ze verketteren ook landgenoten die daarop kritiek durven uiten. Binnen het multiculturele tumult vormt de ommezwaai van intellectuelen het grootste raadsel en misschien wel het grootste probleem. Wat bezielt hen in godsnaam? De Sovjet-Unie en Maoïstisch China kenden indertijd minder apologeten en die bleven bovendien namens gewone Nederlanders spreken. De huidige intellectuele voorhoede keert zich juist van hen af, net als in de huiveringwekkende jaren dertig van de vorige eeuw, toen het volk ook maar volk moest blijven. 

Zou, zoals sommigen voorstellen, in dit verziekte klimaat het Suikerfeest een nationale aangelegenheid moeten worden?

Anders dan een voortijdige accomodatie kan ik hierin slechts een poging van sommigen zien om religie weer in het centrum van de belangstelling te krijgen. Maar dat illustreert tevens de overbodigheid ervan. Inmiddels is immers de grootste groep Nederlanders onkerkelijk, 68 procent aldus Trouw, en waarom zou die groep moeten worden opgezadeld met een nieuw festijn dat godsdienst bejubelt? Uit tolerantie? Of juist uit intolerantie? Het wordt tijd dat we gaan spreken over onze humanistische cultuur, gebaseerd op een joods-christelijke en, voor wie dat zou willen: Surinaamse, hindoestaanse, boeddhistische of islamitische traditie.      

Nederland, Wereldland!

 

* Er zijn ook praktische redenen om het Suikerfeest een aangelegenheid voor moslims te laten blijven. Voorstanders van de invoering ervan lijken te vergeten dat de islam geen precieze en uniforme kalender kent. Net als de joodse kalender is die kalender op de maan gebaseerd, doch schrikkeldagen ontbreken, waardoor het islamitisch jaar vrijelijk door het internationale jaar beweegt. Het Suikerfeest zou zelfs op Pasen en Kerstmis kunnen vallen. Hier komt nog bij dat de twee belangrijkste geloofsgroepen binnen de islam niet één lijn trekken, want de soennieten beginnen vaak een dag eerder met het feest dan de sjiieten. Ook voor Turken en Marokkanen verschilt het aanvangstijdstip: de eersten gaan uit van een objectieve berekeningen, de laatsten baseren zich op persoonlijke waarneming van de maansikkel na de nieuwe maan, waarbij zowel Saoedi-Arabië als Marokko als referentiepunt kunnen dienen. Hoe zouden Nederlanders zo'n feest moeten vieren, zonder een van die groepen voor te trekken?          

* Dat een kosmopolitische maatschappij qua interculturele tolerantie haar grenzen kent, bleek in 2011 op de Hogeschool van Amsterdam. Een moslimdocent liet na een bedevaart naar Mekka weten vrouwen nooit meer een hand te geven, in navolging van Mohammed. Op grond van eerdere rechtspraak werd de docent door het management direct voor ontslag voorgedragen, maar het College van Bestuur schaarde zich achter de man, onder het mom dat de feitelijkheid van een multiculturele samenleving zulks vergde. Begeleid door een fikse rel in de media tekende de Medezeggenschapsraad van de school echter protest aan, en de handenweigeraar werd alsnog uit het docentencorps gezet. Aan de orde was een subtiel probleem. Tolerantie is voor veel mensen geen punt als het gaat om extreme opvattingen. Bij extreme uitingen kan dat al kwestieus worden, zoals blijkt uit de reacties op burka's. Extreme gedragingen, waarin andersdenkenden tegen hun zin betrokken worden, wekken soms regelrecht verzet. De voorzitter van de Medezeggenschapsraad, Astrid de Jager, verklaarde als vrouw geen deel te willen hebben aan een seksistisch wereldbeeld, zelfs al werd dat geschraagd door een religie. De eigen gedragscode van de hogeschool, vrucht van eerdere emancipatie-arbeid, gaf haar in dat opzicht gelijk: er mocht helemaal geen verschil worden gemaakt in gedragingen tegenover mannen en vrouwen. Wat deze casus leert is dat een moderne maatschappij ook moderne omgangsvormen vereist. Wie aan incourante tradities wil vasthouden moet zich maar afzonderen, zoals katholieke kloosterlingen eeuwenlang hebben gedaan.

P.S. Later bleek dat de docent in kwestie in Utrecht subsidiegeld voor integratieprojecten had verduisterd. Hij was dus nog een oplichter ook! Dit zie je vaker bij heethoofden. Mijn eigen ervaring is: Waar rook is, smeulen meestal meerdere vuurtjes.

* Op dezelfde school speelde in 2012 een relletje rond een verzoek om een gebedsruimte voor moslims, iets wat het College van Bestuur had afgewezen als niet strokend met het openbare karakter van de school. De waarheid gebiedt te erkennen dat de groep moslims die zich tegen die ruimte verklaarde minstens even groot, zo niet groter, was, maar dat deerde de indieners ervan allerminst. Zij brachten het sociaaldemocratische Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch in stelling, die het College van Bestuur in deze armhartig en intolerant noemde. Een gebedsruimte was een: 'kwestie van beschaving'. Kennelijk heerst er binnen de PvdA geen fractiediscipline op dit punt, want Marchouchs eigen voorzitter is gekant tegen gebedsruimten in openbare instellingen. Zou Marchouch hem eveneens als armhartig en intolerant betitelen? Ook schrijver Abdelkader Benali mocht een duit in het zakje doen. Hij verklaarde hoogdravend dat de hogeschool geen antwoord had op het multiculturele drama. Wat de pleitbezorgers echter verzwegen is dat zij niet alleen om een uitzonderingspositie voor moslims vroegen, want andersoortige gelovigen bezitten evenmin een gebedsruimte, maar dat die ook moest worden gesubsidieerd - twee abnormaliteiten die als normaal werden gebracht. Los daarvan dienden zich praktische problemen aan: één moslimruimte is altijd twee moslimruimten, en hoe groot moesten die ruimten worden bij gebleken succes? Je krijgt de indruk dat sommige moslims niets maar dan ook niets van onze strijd voor neutraal onderwijs  begrijpen.

P.S. in november 2015 is de UvA, waaronder de Hogeschool valt, na aanhoudende druk toch omgegaan. Een terugval in beschaving, wat mij betreft. Bovendien is volgens Folia inmiddels gebleken dat die stilteruimtes nauwelijks worden gebruikt en er dus alleen gekomen zijn om de machtshonger van een klein groepje te stillen.                

* Voorbeelden van omgekeerde aanpassing doen zich ook voor, alhoewel die moeilijk hard te maken zijn. Het zou mij niet verbazen als de opgemerkte toegenomen publieke pudeur bij Nederlandse vrouwen (minder topless zonnen in zwembaden, minder borstvoeding in stadsparken) te maken heeft met de aanwezigheid van mannelijke moslims, bij wie zulks veel aandacht trekt. En de omhelzing tussen mannen, in plaats van een eenvoudige hand zoals eeuwenlang gebruikelijk was, zou weleens een bijdrage van Surinamers aan onze cultuur kunnen zijn.

Een voorbeeld van omgekeerde aanpassing mag wat mij betreft worden: Zwarte Piet, tegen wie het protest almaar groeit. Ik ben het niet eens met www.zwartepietisracisme.nl dat de zwartgeschminkte knecht van Sinterklaas als blijk van racisme moet worden opgevat, want de intentie daartoe ontbreekt ten ene male en zijn huidige zelfbewuste rol kan ook moeilijk als zwaar vernederend worden opgevat. Niettemin getuigt zijn personage van neerbuigendheid jegens zwarten en dat zou meer dan voldoende reden tot afschaffing ervan moeten zijn. 

* Om het seculiere karakter van de Nederlandse samenleving te versterken en te voorkomen dat de nationale jaarkalender een speelveld wordt van nieuwe godsdienstige aanspraken, zouden enkele christelijke feestdagen die voor de hele natie gelden kunnen verdwijnen. Tweede Kerstdag, Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag vieren christenen in andere landen niet eens, dus dat is eenvoudig. Maar ook Hemelvaartsdag kan afgeschaft worden, want katholieken weten al nauwelijks meer wat die dag inhoudt. Ik heb het althans herhaaldelijk meegemaakt dat zij mij terstond geloofden wanneer ik vertelde dat dan niet de hemelvaart van Jezus Christus maar die van Maria aan de orde is.

* Omwille van de onderlinge verhoudingen zou het goed zijn als de Nederlandse regering ten aanzien van diverse bevolkingsgroepen ootmoed betracht. Molukkers verdienen excuses en een genoegdoening voor de valse beloften bij hun verscheping naar Nederland. Indonesiërs verdienen beide eveneens vanwege de politionele acties en de wreedheden die daarbij zijn gepleegd. Surinamers en Antillianen zouden extra ondersteuning moeten krijgen vanwege de langdurige achteloosheid ten aanzien van hun ontwikkeling, hoewel zij rijksgenoten waren. Spijtbetuigingen over het slavernijverleden kunnen bovendien niet vaak genoeg klinken.

Ik ben daarentegen niet van mening dat nazaten van slaven een schadevergoeding horen te ontvangen. Alleen al praktisch zitten daar allerlei haken en ogen aan, die de voorstanders van zo'n vergoeding steevast negeren. Allereerst is het de vraag of Nederland überhaupt verantwoordelijkheid draagt voor daden van individuele landgenoten die honderdvijftig jaar en langer geleden zijn begaan. Zo ja, moeten de Afrikaanse stammen bij wie de slaven oorspronkelijk zijn ingekocht dan niet meebetalen? Iets anders is dat aan het eind van de slaventijd er flink wat vrijgekomen slaven waren die zelf slaven bezaten, en krijgen hun nakomelingen evenveel als de rest of niet? Ook zijn inmiddels veel zwarten vermengd met blanken en worden zij bij een eventuele uitkering dan gekort naar gelang hun graad van vermenging? En wat te denken van nakomelingen van slaven die in Nederland goed boeren en dus geen last van de positie van hun voorouders ondervinden?

Los van dit alles zijn Surinamers al ruimschoots gecompenseerd, en wel door de verzelfstandiging van hun land. Anno 2015 heb ik deze observatie nog nooit ergens gelezen, maar in tegenstelling tot wat premier Joop den Uyl geloofde was Suriname geen kolonie doch een overzees gebiedsdeel dat Nederland rechtmatig toebehoorde. Er woonden immers geen overwonnen volkeren, zoals in Indië, het was een zuivere volksplanting. Als Suriname 'gedekoloniseerd' had moeten worden dan had het aan de tienduizend inheemse indianen moeten toevallen, die het als jagers/verzamelaars in de jungle niet eens claimden. In plaats daarvan werd het land met al zijn infrastructuur, bodemschatten en een goed gevulde staatskas aan de nazaten van de volksplanting geschonken, - al met al een miljardentransactie. Het is een historische blunder geweest deze gift niet als zodanig te benoemen en net te doen alsof het om een soort bevrijding ging. In Suriname wordt daarom tot op de dag van vandaag gesproken over Nederland als voormalige kolonisator, met navenante verwijten aan ons adres, hoewel volgens diezelfde visie de huidige Surinamers slechts als nieuwe kolonisatoren zijn te beschouwen. Overigens zouden Antillianen die een schadevergoeding voor de slavernij wensen ook om zelfstandigheid van hun eilanden kunnen vragen, iets wat hun al meerdere keren is aangeboden.

* Over multiculturalisten: zij zijn, heb ik gemerkt, niet alleen a-historisch, ook a-futuristisch. Zij ontkennen met andere woorden het hele verschijnsel ontwikkeling, hoewel in de moderne wereld ontwikkeling de normale toestand is. In het VPRO-programma http://metropolistv.nl krijgt het publiek actuele dwarsdoorsneden van andere culturen voorgeschoteld, zonder dat erbij wordt verteld waar iets vandaan komt en waarschijnlijk naartoe zal gaan. Bij een item over uithuwelijking elders hoor ik echter graag dat uithuwelijking ook in Nederland vroeger de regel was en nu alleen nog bij Nederlandse moslims, tenminste voor zo lang als het duurt. Over moslims wordt in dezelfde trant altijd trouwhartig bericht dat zij, zittend op de grond, met hun hand uit een gezamenlijke pan eten, maar in de Middeleeuwen aten arme Europeanen net zo. Als je nalaat een dergelijk perspectief aan te brengen, ben je in wezen een folklorist die de Driekusman bestudeert. 

* Er zijn al slachtoffers van het multiculturalisme gevallen: sociologen en antropologen. Als het gaat om de grote vraagstukken van onze tijd voeren filosofen, historici en literatoren het woord, maar zij zelden. Van sociologen is dat niet erg. De generatie voor mij deed nog aan demystificatie en debunking, mijn generatiegenoten daarentegen waren linkse activisten die dissonante feiten eenvoudig negeerden of zelfs contrair uitlegden. Opmerkelijk: de enige socioloog die momenteel het multiculturalisme niet heilig verklaart is de beklagenswaardige Ruud Koopmans, die in zijn gevecht tegen de heersende opinie geen enkele steun van vakgenoten ondervindt. Verrassen doet mij deze opstelling toch wel. In mijn herinering zochten sociologen juist het conflict op. In het Amsterdamse Spinhuis hing altijd een sfeer alsof er net een knallende ruzie was geweest en iedereen weer in normale doen probeerde te komen. Ik was erbij toen Abram de Swaan tijdens een college in de Oudemanhuispoort prof. Daudt onder vuur nam. Daudt, die nog nooit een vlieg kwaad had gedaan, raakte zo geshockeerd dat hij opstapte. De Swaan daarentegen heeft een prachtige carrière gehad, hij ontving zelfs de P.C. Hooftprijs, maar tegen islamisten die ons bedreigen verhief hij nooit zijn stem. Enfin, hoe absurd de huidige situatie is, verwoordde onlangs de cabaretier Gerard Cox. Refererend aan alle integratieproblemen vroeg hij nuchter: 'Hebben we dan al die sociologen voor niets opgeleid?'   

Antropologen zijn wezenlijk anders dan sociologen, zoals ik tijdens mijn studie heb kunnen vaststellen: geen agitproppers en krakers maar kabouters, missionarissen en padvinders. Niet al te theoretisch ingesteld bekommerden zij zich om het leven van alledag, de keerzijde van godsdienst en ideologie. Zij waren aardiger maar tegelijk minder partijdig en naïef: vaak uit eigen ervaring wisten zij dat de machtelozen van deze wereld net zo goed rottigheid uithalen. Als zodanig leken zij bij uitstek geschikt om de multiculturele samenleving kritisch te volgen. Ik vermoed dat zij hierin hebben gefaald uit sympathie voor mensen die zij vroeger in hun land van oorsprong bestudeerden. Köbben, de gezaghebbendste antropoloog voor mijn generatie, was te geciviliseerd om überhaupt commentaar op anderen te uiten (al stuurde hij mij ooit binnen vijf minuten bij een mondeling tentamen weg, omdat ik mij zogenaamd niet had voorbereid). Zijn schoonzoon Frank Bovenkerk keek wel steeds bars, alsof hij voor ons een onaangename boodschap in petto had, maar verkocht uiteindelijk louter correcte praatjes. Dankzij beiden hebben nogal wat lieden uit de nieuwe minderheden de weg naar de opleiding gevonden, en die zijn heus niet gekomen om de wetenschap te dienen. Het resultaat mag uiterst bedroevend heten. In de marge van de media laat Hans Werdmölder weleens een tegengeluid horen, maar op Eenvandaag kun je een sufferd als Martijn de Koning griezelige salafisten horen verdedigen - als enige in het  land!       

* December 2014. De meest stompzinnige opmerking die ik de laatste tijd hoorde: 'Integratie moet van twee kanten komen'. Dit betoogde in Nieuwsuur een onsympathieke, slecht Nederlands sprekende man die namens een islamitische partij in de Rotterdamse Raad zit. Assimilatie, wat joden zoveel succes heeft opgeleverd, gold voor hem als een vies woord. En op eigen kracht een weg zien te vinden in onze samenleving was in zijn ogen teveel gevraagd, nee, oude Hollanders moesten eveneens water bij de wijn doen. Ontsteld tikte ik het zinnetje op Google in, en kwam er aldus achter dat niet hij de bedenker ervan was geweest maar de sociologe Evelien Tonkens. Ach zo. Dit deed mij denken aan een opmerking die Albert Heijn ooit maakte. Wanneer hij bemiddelde in een bedrijf waar van het ene moment op het andere de pleuris was uitgebroken, stelde hij altijd als eerste vraag: 'Hebben jullie onlangs contact gehad met een socioloog?' Ergo, het hoeft niemand te verbazen dat momenteel in menige wijk een machtstrijd gaande is over wie het er voor het zeggen heeft: autochtonen of allochtonen. En zolang de laatsten niet behoorlijk integreren dreigt die strijd in hele steden te ontbranden, met dank aan een Nederlandse sociologe. 

P.S. maart 2016. Iemand van de partij DENK doet er nog een schepje bovenop: integratie dient te worden vervangen door acceptatie. Dit idee stamt uit Frankrijk, als ik het wel heb, en de VARA-website Joop.nl heeft het al juichend onthaald. Het is dus gegaan van assimilatie, naar integratie, naar acceptatie, in welke laatste situatie nieuwkomers zich niet in het minst hoeven aan te passen. Hoewel DENK beweert te ijveren voor een nieuwe harmonie, vrees ik dat er op deze manier weinig harmonie overblijft. Intussen - het zou lachwekkend zijn als het niet zo deprimerend was - eist die partij omgekeerd wel aanpassingen van ons, en verregaande ook. Zo zou zeeheld Michiel de Ruyter niet meer mogen fungeren als straatnaamgever, omdat hij zich met slavenhandel heeft ingelaten. Het komt erop neer dat de hele Nederlandse geschiedenis moet worden herschreven en alle Nederlanders heropgevoed. Maar omwille van wie eigenlijk? Omwille van DENK, dat Turkse en Marokkaanse Nederlanders vertegenwoordigt? Als er landen zijn met een smerig verleden en een achterlijk heden dan zijn dat Turkije en Marokko.      

* 20 januari 2015. Sinds de bomaanslagen in Londen en Madrid wisten we al dat de islam voor Europa bepaald geen zegen vormt, de moordpartijen bij Charlie Hebdo en een joodse supermakt in Parijs maken van die aanwezigheid een regelrechte sof. Zo langzamerhand getuigt islamofobie bij westerlingen van zinnige argwaan in plaats van verwijtbare angst. Hoe kon het zo mislopen? Moslims zijn hier vijftig jaar geleden verwelkomd (anders zouden ze hier niet zijn, zeg ik erbij). Indachtig onze eigen priesters en dominees, die hun volgelingen in laatste instantie met het leven trachten te verzoenen, meenden wij de beschaving te dienen door tevens hun geestelijken toe te laten. En dat hebben we geweten. De term haatimams is geloof ik gemunt door Geen Stijl, maar behelst een terechte typering van een beroepsgroep. Veelal gefinancierd door anti-westerse fanaten op het Arabisch schiereiland doordrongen imams hun toehoorders van het idee dat moslims wereldwijd onderdrukt en vernederd worden - kletspraat die moet verhullen hoe weinig ze zelf gepresteerd hebben. Dit bracht menig mislukte Nederlandse jongere ertoe zijn eigen problematiek als het ware te internationaliseren, ongeacht het feit dat niemand hem hier een strobreed in de weg legt. Wat een succesvol intergratieproject had kunnen worden - moslims zijn er slim en leergierig genoeg voor -, smoorden imams aldus in de kiem. Met hun opruiing lokten zij bij andersdenkenden ook moslimhaat uit; heel erg, zou je zeggen, maar zij vinden dat prima, want zij floreren in een negatief klimaat. De vraag is: hoe valt hun bewuste strategia della tensione te doorbreken? De wal zal hopelijk het schip keren, maar het is ook van belang dat wij een onderscheid blijven maken tussen gewone gelovigen en hun kerk - over de profeet hoeven we het niet eens te hebben. Ik put hiervoor uit mijn eigen verleden. Vroeger ben ik als katholiek nooit gediscrimineerd maar ik moest wel steeds ongezouten kritiek op Rome aanhoren, heilzaam voor mij en op den duur ook voor Rome. De overheid en de media doen bij ons echter precies het omgekeerde. Iedere keer als er iets rond moslims gebeurt, dus vrijwel dagelijks, worden imams of hun geestverwanten in moslimorganisaties gepaaid. De toon is daarbij niet: 'Jezus, we schonken immigranten nooit zoveel aandacht en geld als jullie en we krijgen er meer overlast voor terug dan we van alle andere immigranten tezamen hebben gehad', maar: 'Wat erg dat niet iedereen verrukt van jullie is, terwijl jullie zo je best doen'. Op zo'n moment lachen alle imams in hun baard.

* Het - onbedoelde? - cynisme van zelfverklaarde wereldverbeteraars. In Groningen nam ik ooit deel aan een forum over Zwarte Piet en Racisme, samen met Zihni Özdil, die aan de Erasmus Universiteit een promotieplaats bezet voor onderzoek naar 'institutioneel racisme'. Van Zwarte Piet wist Özdil werkelijk niets, maar dat kon mij niet bommen, want wij waren het erover eens dat deze figuur verandering behoeft. Ik heb tijdens het debat dan ook niet eenmaal de degens met hem gekruist. Aan het slot van de avond mochten wij als forumleden nog een wens uitspreken. Ik herhaalde mijn hoop ten aanzien van Zwarte Piet, maar Özdil nam de gelegenheid te baat om voor een volle zaal de organisatoren te vragen of zij de volgende keer niet een jonger iemand als spreker konden uitnodigen, een onmiskenbare verwijzing naar mij. Racisme, zelfs in nauwelijks aantoonbare vorm, is niet oké, openlijke leeftijdsdiscriminatie daarentegen wel.    

* De 'vluchtelingencrisis' van 2015. Sinds Merkel's onbezonnen uitspraak 'Wir schaffen das' - die vooral gericht was op haar eigen achterban: kijk eens, wij Duitsers zijn eindelijk geliefd - trekt een onafzienbare stroom mensen door Europa. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat zij onze kant zouden uitkomen, vanwege alle beschuldigingen van 'institutioneel racisme' aan ons adres, maar kennelijk denkt niet iedereen daar even ernstig over. Wat we nu in feite meemaken is de emancipatie van de illegale immigrant. Door progresssief Nederland voorzien van het predikaat vluchteling, terwijl hij in de meest letterlijke zin van het woord een landverhuizer is, bepaalt hijzelf naar welk land hij gaat en sleept hij door bossen, sloten en zompige akkers zelfs kleine kinderen met zich mee, opdat geen beschaafde regering hem de doorgang zal weigeren. Ondanks alle informatieve manipulatie, bedriegerijen en oplichtingspraktijken eromheen, zeg ik: het zij zo. Het Westen heeft per slot van rekening in het Midden-Oosten te vaak de zijde van de verkeerde schoften gekozen. Dit laat onverlet dat wij nu een tegenprestatie mogen verlangen. Zelf zou ik  de nieuwkomers een verklaring laten tekenen dat zij overduidelijk niet in een moslimland willen wonen, wat hun inburgering ongetwijfeld zal bevorderen. Tegelijkertijd zou ik verhaal gaan halen bij Arabische leiders die uit louter machtswellust een waanzinnige burgeroorlog in Syrië financieren en ons voor de menselijke gevolgen ervan laten opdraaien. Een eenzijdig opgelegde korting op de olieprijs wellicht? Overigens lijken nog weinig politici te beseffen dat onze gulle opstelling in deze consequenties moet hebben voor andere groeperingen. Alle illegalen die reeds in het land zijn moeten een generaal pardon krijgen, want emotioneel hebben zij oudere rechten dan de huidige vluchtelingen. Helemaal stuitend is de behandeling van buitenlandse partners van Nederlanders die zich hier langs legale weg willen vestigen en aan wie torenhoge eisen worden gesteld. Onmiddellijk vergunningen verlenen!    

* Het kost in deze tijd moeite om sympathie voor linkse mensen te blijven opbrengen. Hier: de Denker des Vaderlands, Marli Huijer. Zij roept in een pamflet (maart 2016) Nederlanders op zich in de huidige vluchtelingencrisis niet door angst te laten leiden. Angst? Ik zie helemaal geen angst. Ik zie wel bezorgdheid en dat is niet vreemd gelet op de vele problemen die we al met moslims hebben. Ik zie ook boosheid wanneer inwoners van een gehucht plotseling een AZC met duizend bedden te slikken krijgen. Daarbij gaat het weleens mis, maar laten we wel wezen: krakersrellen veroorzaken doorgaans meer schade en daar maalt niemand over. Huijer negeert bovendien het feit dat er zich rond deze crisis in Nederland evenveel vrijwilligers hebben aangemeld als asielzoekers (in Amsterdam is de verhouding zelfs: 4:1; men snakt daar om hulp te mogen verlenen), zodat de reactie van de bevolking over het geheel genomen nogal meevalt.

De truc die Huijer toepast heet demagogie. Je doet net of er in de verte een immens gevaar opdoemt en bij de bestrijding daarvan mag je onbezwaard over nuancerende opmerkingen van critici heenstappen. Intussen brengt Huijer meer solidariteit op met vreemdelingen dan met veel van haar landgenoten, en dat is niet niks. Zou ze nooit in kringen verkeren die zoiets als verraad ervaren? Die kwalificatie is overdreven, want je kunt best het belang van mensen in nood hoger aanslaan dan dat van normale burgers, maar zonder solidariteit met de laatsten gaat het niet, want wat stelt jouw solidariteit dan überhaupt voor?  Zou Huijer soms in een god geloven?

* Nog zo'n truc van Links: mensen xenofobie verwijten. Ik vind racisme al een ellendig begrip, want het kent geen antoniem, alleen een nul-optie, waardoor zowat iedereen tot racist bestempeld kan worden. Tegenover xenofobie zou je xenofilie kunnen stellen. Wanneer je Nederland moet plaatsen op de denkbeeldige as daartussen dan kun je niet anders dan in de buurt van xenofilie uitkomen. Naar welke afgelegen plek op de wereld je ook reist, de eerste andere toerist die je er aantreft is bijna altijd een Nederlander. Hoe dat getalsmatig kan is een raadsel, maar het is wel zo. Omgekeerd wonen tegenwoordig in ons kleinste provinciestadje al over de honderd nationaliteiten. Deze feiten zijn van belang voor het volgende. Links klaagt steeds vaker over xenofobie onder autochtone landgenoten, maar als xenofilie het startpunt is geweest, dan betekent dat automatisch dat het gedrag van allochtonen mede aanleiding tot die veronderstelde xenofobie heeft gegeven. En daar zou Links het voornamelijk over moeten hebben.     

* Is Links niet medeverantwoordelijk voor de slechte integratie van sommige allochtonen? Ik hoorde een Surinaamse autochtoon (ja, zo moet je hem noemen, al zal hij dat zelf bestrijden) zeggen dat Nederland in wezen een roofstaat is. Hiermee citeerde hij Ewald Vanvugt, Adriaan van Dis en talloze anderen die menen dat Nederland welvarend geworden is dankzij roofpraktijken in het verleden. Dat is aantoonbaar onjuist, want onze welvaart stamt pas uit de twintigste eeuw en is te danken aan industriële ondernemers, lieden die door Links trouwens ook als uitbuiters worden afgedaan. Een slecht verhaal, al met al. Ik deel de weerzin tegen kolonialen en handelaren, maar voor mij is Nederland het land van Erasmus, Rembrandt, Huygens, Lorentz, Van Gogh, Nescio, Philips, ASML en Gullit - ik heb dus genoeg om me mee te identificeren.  

* Ook zo vreselijk: de klacht dat Nederlanders niet echt tolerant zijn, omdat ze nauwelijks interesse hebben voor mensen uit andere culturen - lees: moslims, want die beginnen er steeds over. Het punt is natuurlijk dat tolerantie begint waar interesse ophoudt, anders zou het geen tolerantie zijn. Beide begrippen zijn relatief, maar het summum van tolerantie is wederzijdse verdraagzaamheid: de een mag verrukt van iets zijn, de ander mag daar Siberisch onder blijven. Verbeeld je: ik hou niet van theatrale muziekgenres als opera en hiphop, en moet ik daar dan toch naar luisteren? 

Interesse betekent bovendien allerminst méér sympathie. Als het om godsdienst gaat ben ik pas van de Pinkstergemeente gaan gruwen toen ik opzocht wat de leden ervan allemaal geloven. De boeken van Maarten 't Hart en Jan Siebelink lees ik graag maar de personages die zij beschrijven hoef ik niet te ontmoeten. Boeddhisten en hindoes daarentegen spreken mij wel aan, vanwege hun troostende en individuele geloofsbeleving, vermoed ik, zoals ik ook een zwak heb voor katholieke monniken.

Bij moslims ervaar ik een reserve. Ze zijn me te soldatesk, zelfs tijdens hun gebeden. De aanblik van rijen mannen met hun kont in de lucht deprimeert mij. Anderzijds zijn er soefi's en alevieten met wie niets mis is. En als ik moet kiezen tussen sjiieten en soennieten, dan kies ik voor de sjiieten. Dat is te zeggen: tenzij ik een Haider-optocht tijdens Ashura van duizenden sjiieten door Den Haag zie trekken, met achteraan zwaar gesluierde, timide vrouwen en vooraan zogenaamd krijgshaftige kerels, die met de handen op hun blote borst roffelen, soms tot bloedens toe. Op zo'n moment vind ik alle moslims zielepoten die niet in het Westen thuishoren. Interessant in mijn ogen zijn daarom alleen moslims die kritiek uiten op de praktijk van de islam en nóg interessanter: ex-moslims. Maar het liefst zou ik wat minder interesse voor moslims hoeven op te brengen, want elke dag gaan wel drie, vier pagina's van mijn krant over leed dat zij wereldwijd aanrichten. Ook zou ik het graag meemaken dat mijn interesse eens gewekt werd door een belangrijke uitvinding of ontdekking van hun kant, of een goed vredesinitiatief, een effectief hulpprogramma voor arme landen, desnoods een fraaie sportprestatie, een boeiende film of een mooi schilderij, kortom, alles wat het leven van mensen verbetert in plaats van verslechtert. 

* Als ik ergens somber van word dan is het van Gloria Wekker met haar boek White innocence. In Vrij Nederland van 11 juni 2016 gaat zij los. Wekker is een Surinaams regenboogkind; ze heeft werkelijk iedere achtergrond in zich. Niettemin presenteert ze zich als louter zwart, waarbij ze enkele ongelukkige incidenten uit haar leven aanhaalt om te bewijzen dat zij heel goed weet hoe erg racisme is en dat witte mensen daarover hun kop moeten houden. Nu komt het: ze studeerde in 1981 aan de Universiteit van Amsterdam af als cultureel antropoloog toen ze maar liefst 31 jaar oud was. Ik ben aan dezelfde faculteit vier jaar eerder en vier jaar jonger afgestudeerd, maar voor een wite jongeman als ik zat de arbeidsmarkt toen al potdicht; zelfs een uitnodiging voor een sollicatiegesprek heb ik nooit ontvangen. Zo niet Wekker. Leuke baan bij de Gemeente Amsterdam, leuke baan op een ministerie, culminerend in een hoogleraarschap in Utrecht. Je zou verwachten dat een regelrechte bofkont als zij onze samenleving althans een beetje zou verdedigen, maar het tegendeel is het geval: ze uit zich er nog negatiever over dan ik. Mijn conclusie: We're doomed

* Na de Brexit heb ik nergens iets in deze trant gelezen: "Jezus Christus, de Britten zijn de enige Europeanen die hebben gevochten voor een vrij Europa, wat anderhalf miljoen van hun soldaten het leven heeft gekost. Wij spreken met andere Europeanen hun taal, wij lezen hun schrijvers, wij beoefenen hun sporten, wij zingen hun liedjes, wij lachen om hun komieken, wij adoreren hun acteurs, wij volgen hun koningshuis. En toch, hoe geliefd ze ook zijn, ze willen niet met ons verder. Wij blijven achter met die doodsaaie Duitsers, die gefrustreerde Fransen, die mompelende Belgen... Hoe heeft het in godsnaam zo ver kunnen komen?" 

* 14 juni 2016. 84 doden in Nice, and still counting (zie www.thereligionofpeace.com, verplichte kost voor iedere intellectueel). Volgens de Frans/Afghaanse schrijver Atiq Rahimi komt het tomeloze en persoonlijke geweld van moslims voort uit het feit dat ze geen erfzonde kennen en daarom een voedingsbodem voor spijt ontberen. Ik ben blij dat hij althans de noodzaak van een verklaring inziet, maar laten we wel zijn: joden kennen evenmin een erfzonde, en katholieken worden ervan verlost door het H. Doopsel. Het moet dus aan iets anders liggen. Een botsing van normen en waarden, wat je vaak hoort, klinkt mij te abstract en te hoogdravend. Ik geloof ook niet in een principiële onverzoenbaarheid van de islam met andere godsdiensten, want in de praktijk kunnen moslims overal vreedzaam leven. Nee, het is de positie die moslims in de huidige wereld innemen. Die is inderdaad lastig. Zij krijgen van hun leiders te horen dat wij kaffirs minderwaardig, decadent en onrein zijn en zien tegelijkertijd dat wij hen op werkelijk alle gebieden overtroeven, zelfs in kunst, in sport, in liefdadigheid en in levensvreugde. Omdat zoiets nooit aan henzelf kan liggen, zet dit kwaad bloed. Niet weinigen haten ons zelfs onomwonden. Idioten die graag de held van deze frustraten willen worden, verleidt dit tot zelfmoordterrorisme, waarbij helpt dat de islamitische hemel een vervulling van aardse wensen behelst - wat mij betreft het belangrijkste religieuze onderscheid met christenen en joden.

* 23 juni 2016. In een week tijd vier jonge moslims die in Duitsland dood en verderf zaaien. Nota bene, Duitsland dat van alle Europese landen het vriendelijkst tegenover islamitische vluchtelingen stond. De gedachte dat er iets schort aan de emotionele huishouding van moslims is verleidelijk. Cultuurfilosofen komen na zulke incidenten steevast met het begrippenpaar eer en schaamte aanzetten, nogal slap, want voor hetzelfd geld kun je beweren dat die jongens juist geen enkele eer en schaamte kennen. En psychologen weten van iedere dader een slachtoffer te maken, eveneens zinloos. Mij treft steeds de totale afwezigheid van dankbaarheid bij die jongens. Zij hebben hier veilig onderdak gevonden, zij kosten een boel geld, allerlei instanties zetten zich belangeloos voor hen in, en toch gaan zij hun helpers te lijf. Minder extreem zie je die reactie trouwens bij heel veel moslims. Neem Abou Jahjah, die vanuit Libanon naar België mocht komen en sindsdien de Belgen uitkaffert als een SS-er. In Nederland hebben we een Iraanse snotneus gehad die een uitzending van Het Journaal met een neppistool verstoorde en een ander die tijdens een demonstratie tegen Zwarte Piet 'Fuck de koning' begon te gillen. Ik wil best geloven dat wij deze lieden verkeerd bejegenen. Ons gelijkheidsdenken gaat inmiddels zo ver dat barbaren niet meer van ons te horen krijgen dat ze barbaren zijn; een sujet als Abou Jahjah wordt zelfs voor Zomergasten van de VPRO uitgenodigd. Wij dragen dus wel enige schuld aan hun opstelling. Maar het grootste probleem zit bij de moslims zelf. Zonder ergens in te excelleren - zij leven in feite in een gekregen wereld - menen zij toch het uitverkoren volk te zijn. Het kan niet anders dan dat zij als zodanig ieder uur van de dag in hun superioriteitsgevoel worden gekrenkt, en de zwaksten onder hen zullen hierin een reden blijven zien tot revanche middels nihilistisch geweld.      

* 1 november 2016. De WRR en het CBS willen af van het begrip allochtoon, berichten de media. Aha, the war on words gaat verder. Wat zijn we inmiddels al kwijtgeraakt? Gastarbeider, buitenlander, immigrant en niet te vergeten neger, wat ik nog steeds betreur, omdat zwarte in mijn oren pejoratiever klinkt. En nu dan allochtoon. Zelf vond ik het begrip wel bruikbaar; de makke zat eigenlijk bij genoemde organisaties die een bijzonder ongelukkige definitie ervan gebruikten. Om zogenaamd objectief te blijven brachten zij als persoonskenmerk het hebben van buitenlandse grootouders in, waardoor nota bene ook koning Willem-Alexander als allochtoon kon worden aangemerkt. Hetzelfde lot trof Indonesiërs, Chinezen, Amerikanen, Polen, noem maar op, die dermate geïntegreerd zijn dat ze niet eens meer opvallen. Tegelijkertijd was iemand wiens familie al drie generaties in Nederland verbleef automatisch autochtoon, terwijl dat in de beleving van anderen beslist niet geval hoeft te zijn. Wat de WRR en het CBS niet aanvoelden is dat het hier om een kwalitatief begrip ging. Een allochtoon in de ogen van gewone Nederlanders was een landgenoot met een duidelijke niet-westerse achtergrond. Vooral moslims en in mindere mate Afro-Nederlanders behoorden daartoe, hoewel niet per se: zodra zij zich modern gedroegen waren zij niet langer allochtoon, want Nederlanders zijn heus niet zo bekrompen dat ze louter op kleur selecteren. Wie dit niet gelooft, moet eens gaan kijken in de vertrekhal van een Zuid-Europees vliegveld: bij geen balie staan zoveel bonte gezinnen te wachten als die voor de richting Schiphol. Ik begrijp dat de WRR en het CBS moeilijk uit de voeten kunnen met zulke vage feiten, maar zij waren zelf ook vaag door enerzijds veel meer mensen allochtoon te noemen dan er waren en anderzijds geen oog te hebben voor mensen die dat bleven ondanks hun jarenlange aanwezigheid hier. Overigens gaat de wijziging die zij voorstellen verder dan alleen het enkelvoud, we zijn ook meteen het meervoud kwijt, en daarmee de wij- en zijbeleving, want het voorgestelde alternatief: Nederlanders met een migratieachtergrond zal niemand gebruiken en is even nietszeggend als hun begrip allochtoon. De WRR en het CBS willen ons kennelijk heropvoeden. Zo zeggen ze tevens afstand te doen van de aanduiding niet-westers. Dit kan alleen maar betekenen: het Westen is niet langer westers. Nog even, en we zijn ook niet meer modern.   

* 22 november 2016. Een fenomeen waarover je weinig hoort maar dat de wereld toch diepgaand beïnvloedt spreekt uit het volgende. Ikzelf had zo'n enorme hekel aan Hillary Clinton dat ik oprecht blij was toen zij verloor van Donald Trump, die veel erger is maar met wie ik geen verwantschap voel. Laten we dit fenomeen disproportionele nabijheidsaversie noemen, disproportional nearness aversion. Het tegendeel ervan kent iedereen maar wordt niet als disproportioneel ervaren: Nederlanders leven meer mee met slachtoffers van islamterreur in Brussel dan in Kandahar, iets wat alleen een enkele moslim bij ons abnormaal vindt.

Dat mij dit mechanisme duidelijk is geworden aan de hand van Hillary Clinton zal niet voor niets zijn. Zij demonstreerde het zelf met betrekking tot de Syrische president Assad. Assad is zonder twijfel een ongelofelijke schoft, maar hij is heilig in vergelijking met de baarlijke duivels die hem gewapenderhand bestrijden. Clinton keek echter alleen naar hem: iemand die net als zij aan een westerse universiteit had gestudeerd en zich nu als een brute dictator gedroeg, nee, zo'n man moest weg. En aldus stortte zij Syrië in een afgrijselijke burgeroorlog die nu al vijf jaar duurt. 

Disproportionele nabijheidsaversie komt uiteraard in ieders omgeving voor. Familieleden en buren kunnen elkaar naar het leven staan vanwege meningsverschillen die bij onbekenden niet eens tellen. Op nationaal vlak zie je hetzelfde bij tegenstanders van Wilders: zij vervloeken hem meer dan degenen die hij bekritiseert, terwijl die vaak echt weerzinwekkend zijn. Omgekeerd verdedigen multiculturalisten steeds praktijken die ze in hun eigen omgeving geen tel zouden dulden; vooral feministes hebben daar een handje van.

Op dit moment speelt het geval Sylvana Simons, die zich heeft aangesloten bij de migrantenpartij DENK. Toegegeven, dat was inderdaad een drastische stap. Niet behept met specifieke kwaliteiten was zij in wezen een socialite van Links, zoals Paris Hilton en Kim Kardashian dat van Rechts zijn. En plotseling keerde ze zich tegen iedereen die haar in het zadel had geholpen. Ik hoor nog Giel Beelen in de De wereld draait door zijn paternalistische teleurstelling verbijten: 'Sylvana, het ging toch zo goed'. Het hoeft daarom niet te verbazen dat haar opstelling negatieve reacties opriep, maar zoveel en zo heftig? Wie weet heeft Sylvana wel van hetzelfde verschijnsel last ondervonden: hoewel bevoorrecht bleef zij voor haar linkse vrienden altijd een zwarte vrouw, waardoor zij een afkeer ontwikkelde van wit Nederland. Het is overigens vanwege dit soort onbewuste processen dat ik niet geloof in een multiculturele samenleving, tenminste zolang die samenleving multicultureel wil zijn. 

* september 2017. Is oikofobie (Roger Scruton, Thierry Baudet) een bruikbaar begrip? Wat mij betreft niet. Allereerst blijft onduidelijk of het om weerzin tegen of angst voor het eigene gaat. Weerzin kun je op links situeren, angst op rechts. Ik neem aan gebruikers van het begrip vooral links in het vizier hebben. Maar aldus is oikofobie net zo'n nietszeggend verwijt als islamofobie. 

Toch geloof ook ik dat er iets wezenlijks aan de hand is. Veel mensen in mijn omgeving slaan westerse waarden even hoog aan als om het even welke andere en negeren wat daarmee technologisch en maatschappelijk tot stand is gebracht. Het idee van een eigen land dat te verdedigen valt, leeft bij hen evenmin. Een hoogleraar mediarecht zei me ooit: 'Waarom zou ik gelukzoekers van elders rechten willen onthouden die ikzelf door geboorte in de schoot geworpen heb gekregen?' Tja, misschien omdat die gelukzoekers dan netzomin aanspraak op die rechten kunnen maken?

Er speelt in het hele Westen een heus rechtvaardigingsprobleem. Kritiek uit andere werelddelen en van lokale minderheden heeft dat versterkt, maar vormt niet de oorzaak ervan. Thierry Baudet legt de schuld van oikofobie bij de babyboomers en leidt ons daarmee in elke geval naar de juiste verdachten - alleen schiet de aanduiding babyboomers tekort. Volgens mij had die generatie eigenlijk de generatie van arbeiderskinderen moeten heten, want zij waren daarin zowel getalsmatig als cultureel dominant. De hoogleraar die ik hierboven noemde was zo'n arbeiderskind en de hele publieke sector en zelfs het bedrijfsleven is er inmiddels van vergeven. Nu kwam mijn vader eveneens uit een eenvoudig milieu (zijn vader was voorman in de Rotterdamse haven), maar hij heeft zich op eigen kracht, zonder beurs of stimulans vanuit zijn omgeving, opgewerkt en werd een heer, al verslond hij nog iedere dag een berg aardappelen. Nu ik over hem nadenk: hij bezat ook de eenzaamheid van iemand zonder voorgeschiedenis, van de mentale immigrant. Toch was hij dermate zelfbewust dat bij hem een slechtschrijvende columniste met hoofddoek nooit gehoor had gevonden, laat staan een opgewonden standje als Abu Jahjah.

Bij de na-oorlogse arbeiderskinderen ontbreekt een dergelijk, ik zou zeggen: autarkisch sentiment volledig. Eerder dan tevreden en dankbaar te zijn over wat ze hebben bereikt, beklagen zij zich, wat mijn vader nimmer deed. Zo ken ik maar liefst twee proefschriften over de 'problematiek' van studerende arbeiderskinderen: Die hoeft nooit meer wat te leren, van Jan Brands, en Doorzetters van Mick Matthys - het laatste is qua titel nog larmoyanter dan het eerste. En dan te bedenken dat beide proefschriften zelfs dankzij overheidsgeld tot stand zijn gekomen! 

Ik vermoed dat dit zelfbeklag van arbeiderskinderen is ontstaan doordat hun sprong voorwaarts te gemakkelijk is geweest. Ze waren bovendien met zovelen dat ze hun muizenissen onder ieders aandacht konden brengen en daardoor kans maakten op extra bewilliging tijdens hun loopbaan. Om dezelfde reden hebben ze zich niet het gedrag van de zittende elite hoeven eigenmaken, al behoren ze daar nu zelf toe. Dat geldt ook geestelijk, in de zin dat je als lid van de elite voor gewone mensen moet zorgen en niet tegen hun zin in handelt, wat gelet op het florerende populisme ter rechter- en linkerzijde tegenwoordig nauwelijks meer als richtsnoer geldt. Wel voelen arbeiderskinderen zich duidelijk schuldig tegenover achtergebleven familieleden, vooral hun ouders, die minder hebben kunnen profiteren van de verzorgingsmaatschappij. Daarom uiten zij zich doorgaans linkser dan bewoners van volkswijken doen en blijven zij oude cultuurelementen uit die wijken omarmen, zoals spreekt uit de armoedige mode (ripped jeans) en het populaire meubilair van sloophout - ik noem dit fenomeen: post-proletarische decadentie. 

Een elite, die geen elite wil zijn.

Wat een ellende, eigenlijk. Bij succesrijke allochtonen zie je hetzelfde. Zij zullen nooit zeggen: ongelofelijk, wat wij hier voor kansen krijgen, maar: de samenleving deugt niet. Zelfs met 'occidentofobie', zoals Paul Cliteur signaleert, tooien sommigen zich, al is dat volgens mij louter pose, want figuren als Gloria Wekker en Sylvana Simons hebben goed door dat je met onzekere arbeiderskinderen het beste handel in ongenoegen kunt bedrijven. We zullen dus nog een tijd met het rechtvaardigingsprobleem opgescheept zitten, maar op een gegeven moment zal het over zijn, want ook degenen die zich het negatiefst over Nederland uitlaten, weten in hun kleine hartje dat het nergens beter is dan hier.

                                            


terug naar boven